CAOtjeCAO transport & kranen 2026

HomeCAO-tekst › Bijlagen

Bijlage IV
Ontslagrecht

Het arbeidsrecht kent diverse mogelijkheden om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Hieronder een kort en bondig overzicht.

Werknemer neemt ontslag Een werknemer kan zijn arbeidsovereenkomst zelf opzeggen met inachtneming van één maand opzegtermijn. Als de werknemer bijvoorbeeld op 15 juni opzegt, dan vangt de opzegtermijn aan op 1 juli en eindigt de arbeidsovereenkomst op 1 augustus. Bij voorkeur zegt de werknemer schriftelijk (gedateerd en ondertekend) op bij de werkgever. Als de werknemer een dringende reden heeft om uit dienst te treden wil laten beoordelen door de kantonrechter dan kan hij daartoe een verzoekschrift indienen bij de kantonrechter. Er kan alleen door de werknemer worden opgezegd als er een tussentijds opzegbeding in de arbeidsovereenkomst is opgenomen.

Tijdelijke arbeidsovereenkomst eindigt Als er sprake is van een tijdelijk dienstverband met een begin- en einddatum dan eindigt de tijdelijke arbeidsovereenkomst automatisch op deze einddatum zonder dat opzegging is vereist. De werkgever dient wel tijdig (uiterlijk één maand voor de einddatum) de arbeidsovereenkomst aan te zeggen. Uiteraard kunnen partijen in overleg de arbeidsovereenkomst verlengen. Werkgever en werknemer kunnen ook met elkaar afspreken dat de arbeidsovereenkomst eindigt als er een zogenaamde ‘ontbindende voorwaarde’ in werking treedt. Denk hierbij aan de situatie waarin een werknemer geen VOG krijgt, maar deze wel nodig heeft om zijn werkzaamheden te verrichten. Als werknemer het niet eens is met het einde van zijn tijdelijke arbeidsovereenkomst en hij er met werkgever niet uitkomt, dan kan hij zijn bezwaren binnen twee maanden na de einddatum van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter voorleggen.

Einde arbeidsovereenkomst in gezamenlijk overleg Als werkgever en werknemer samen overeenkomen dat de arbeidsovereenkomst eindigt, dan kan dit op papier worden gezet in een vaststellingsovereenkomst. In de vaststellingsovereenkomst worden alle afspraken vastgelegd omtrent de uitdiensttreding. Werkgever en werknemer zijn ieder in de gelegenheid om een juridisch adviseur te raadplegen.

Einde arbeidsovereenkomst door tussenkomst UWV Als er sprake is van een bedrijfseconomische redenen of een werknemer die meer dan 24 maanden ziek is, dan kan de werkgever het UWV om een ontslagvergunning vragen. Werknemers worden door het UWV op de hoogte gebracht en krijgen 14 dagen de tijd om een verweerschrift in te dienen tegen de ontslagaanvraag. Als het UWV toch positief beslist op de ontslagvergunning, dan kan de werknemer zijn bezwaren binnen twee maanden na de einddatum van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter voorleggen.

Einde arbeidsovereenkomst door tussenkomst kantonrechter Een werkgever kan de kantonrechter vragen om de overeenkomst te ontbinden. Dit kan bijvoorbeeld bij disfunctioneren van de werknemer of een verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer wordt door de kantonrechter uitgenodigd voor de zitting alwaar hij zich kan verweren.

Proeftijdontslag Tijdens een (geldige) proeftijd mogen zowel werkgever als werknemer het dienstverband zonder opzegtermijn opzeggen. Als de werknemer het niet eens is met de opzegging door

werkgever, dan kan hij dat aangeven. Leidt dit niet tot een ander besluit van werkgever dan kan werknemer zijn bezwaren binnen twee maanden na einddatum van de arbeidsovereenkomst aan de kantonrechter voorleggen.

Ontslag op staande voet Als er sprake is van een dringende reden, dan mag zowel werkgever als werknemer het dienstverband per direct (dus zonder opzegtermijn) opzeggen. De dringende reden moet direct bij de opzegging worden aangegeven. Als de werknemer het niet eens is met het ontslag op staande voet, dan kan hij zijn bezwaren binnen twee maanden na de einddatum van zijn dienstverband aan de kantonrechter voorleggen.

  1. Opzegging De opzegging geschiedt tegen het einde van de maand, tenzij bij schriftelijke overeenkomst of door het gebruik een andere dag daarvoor is aangewezen. De door de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt bij een arbeidsovereenkomst die op de dag van opzegging:
  2. a.korter dan vijf jaar heeft geduurd: één maand;
  3. b.vijf jaar of langer, maar korter dan tien jaar heeft geduurd: twee maanden;
  4. c.tien jaar of langer, maar korter dan vijftien jaar heeft geduurd: drie maanden;
  5. d.vijftien jaar of langer heeft geduurd: vier maanden. Indien er een ontslagvergunning is verleend wordt de termijn van opzegging verkort conform de in het Burgerlijk Wetboek vastgelegde regelgeving, met dien verstande dat de resterende termijn van opzegging tenminste één maand bedraagt.