CAOtjeCAO transport & kranen 2026

HomeCAO-tekst › Hoofdstuk XII · Vergoedingen

Artikel 46
Uitkering bij overlijden

  1. 1.De werkgever dient na het overlijden van een werknemer aan de nabestaanden een uitkering te verstrekken.
  2. 2.De uitkering wordt verstrekt over de periode vanaf de dag van overlijden tot en met de laatste dag van de 2e maand na die, waarin het overlijden plaatsvond.
  3. 3.De uitkering moet worden berekend naar het laatst verdiende brutoloon dat de werknemer toekwam.
  4. 4.De nabestaanden zijn:
  5. a.De langstlevende van de echtgenoten van wie de werknemer niet duurzaam gescheiden leefde dan wel degene met wie de werknemer ongehuwd samenleefde.²
  6. b.Bij ontbreken van de onder a. bedoelde persoon, de minderjarige wettige of erkende natuurlijke kinderen.
  7. c.Bij ontbreken van de onder a en b bedoelde personen degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.³
  8. 5.De uitkering mag alleen worden verminderd met de overlijdensuitkering welke de nabestaanden van de WAO/WIA ontvangen.

______________________________________________

² Van ongehuwd samenleven is sprake indien twee ongehuwde personen een gezamenlijke huishouding voeren, met uitzondering van bloedverwanten in de eerste graad.

³ Van “leven in gezinsverband” is sprake, indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding, dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien.

Letterlijke tekst uit de CAO 2026 (peildatum 1 januari 2026). Bedragen en percentages gelden voor de looptijd van deze cao.