CAOtjeCAO transport & kranen 2026

HomeOnderwerpen › Ziek, veilig & verzekerd

Ongevallenverzekering en uitkering bij overlijden

Ben ik verzekerd tegen ongevallen en wat krijgen mijn nabestaanden? Chauffeur & kraan

Kort antwoord

De werkgever moet voor iedere werknemer een ongevallenverzekering afsluiten die 24 uur per dag dekt: bij overlijden een jaarinkomen, bij blijvende volledige invaliditeit twee jaarinkomens. Daarnaast krijgen nabestaanden het loon doorbetaald tot het einde van de tweede maand na overlijden.

Ongevallenverzekering (artikel 51)

  • Verplicht voor elke werknemer, volledig op kosten van de werkgever. Je hebt recht op een afschrift van de polis of polisvoorwaarden en een bewijs van verzekering.
  • Dekking binnen én buiten diensttijd (met de gebruikelijke uitsluitingen buiten diensttijd).
  • Bij overlijden: een uitkering ter grootte van het jaarinkomen (Wfsv-loon), of een vast bedrag van het aantal werkdagen × het maximum premiedagloon.
  • Blijvende algehele invaliditeit: minimaal 2× het jaarinkomen; gedeeltelijke invaliditeit: naar rato.
  • Heeft de werkgever nagelaten te verzekeren, dan moet hij de schade zelf vergoeden (lid 4).

Uitkering bij overlijden (artikel 46)

De nabestaanden (partner, anders minderjarige kinderen, anders degenen die je grotendeels onderhield) krijgen het laatstverdiende brutoloon doorbetaald vanaf de dag van overlijden tot en met de laatste dag van de tweede maand daarna. Alleen een WAO/WIA-overlijdensuitkering mag daarop in mindering komen.

Ziek of ongeval in het buitenland (artikel 50)

Word je tijdens werk in het buitenland ziek of krijg je een ongeval, dan vergoedt de werkgever noodzakelijke geneeskundige zorg, vervoer, onderdak en voeding tot je terug kunt, en het vervoer naar huis – voor zover je verzekering of een wettelijke regeling dat niet dekt. Bij levensgevaar ook de reis en het verblijf van je partner en eerstegraads familie.

Wat de CAO letterlijk zegt

Dit zijn de artikelen waarop de uitleg hierboven is gebaseerd, integraal uit de cao-tekst 2026.

Art. 51 Ongevallenverzekering
  1. 1.De werkgever is verplicht ten behoeve van iedere werknemer een ongevallenverzekering af te sluiten, hetzij collectief, hetzij individueel. De kosten van deze verzekering komen volledig voor rekening van de werkgever.
  2. 2.De werkgever verschaft elke werknemer een afschrift van de polis of een overzicht van de polisvoorwaarden en tevens (zo mogelijk jaarlijks) een bewijs van verzekering.
  3. 3.De onder 1 bedoelde verzekering dient tenminste aan de volgende voorwaarden te voldoen:
  4. a.De hieronder genoemde risico's dienen zowel binnen als buiten diensttijd volledig gedekt te zijn. Uitgezonderd zijn de gebruikelijk voorkomende uitsluitingen voor activiteiten die buiten diensttijd plaatsvinden en in de polisvoorwaarden worden vermeld. b.1. Bij overlijden van (een van) de verzekerde(n), dient aan de nabestaanden van betrokkene een uitkering te worden verstrekt ter grootte van het jaarinkomen, zijnde het loon ingevolge de Wfsv. b.2. In afwijking van het onder 3.b.1. gestelde kan worden overeengekomen dat een uitkering ineens wordt verstrekt in de vorm van een vast bedrag ter grootte van het aantal werkdagen per jaar x het maximum premiedagloon ingevolge de Wfsv.
  5. c.Bij blijvende algehele invaliditeit dient een uitkering ineens te worden verstrekt ten minste ter grootte van het tweevoudige van het jaarinkomen als bedoeld onder b.
  6. d.Bij blijvende gedeeltelijke invaliditeit dient een uitkering ineens te worden verstrekt, die is afgeleid van het onder c. genoemde.
  7. e.De gerechtigde van de uitkering is de verzekerde werknemer of diens nagelaten betrekkingen. Hieronder wordt verstaan: 1e de overblijvende echtgenoot; 2e de erfgenamen.
  8. 4.Indien door nalatigheid van de werkgever, bij een ongeval dat de dood of blijvende invaliditeit van een werknemer ten gevolge heeft, geen recht op een onder lid 3 bedoelde uitkering bestaat, is de werkgever gehouden de betrokkene(n) schadeloos te stellen.

Hoofdstuk XIV · Open artikel 51 apart

Art. 46 Uitkering bij overlijden
  1. 1.De werkgever dient na het overlijden van een werknemer aan de nabestaanden een uitkering te verstrekken.
  2. 2.De uitkering wordt verstrekt over de periode vanaf de dag van overlijden tot en met de laatste dag van de 2e maand na die, waarin het overlijden plaatsvond.
  3. 3.De uitkering moet worden berekend naar het laatst verdiende brutoloon dat de werknemer toekwam.
  4. 4.De nabestaanden zijn:
  5. a.De langstlevende van de echtgenoten van wie de werknemer niet duurzaam gescheiden leefde dan wel degene met wie de werknemer ongehuwd samenleefde.²
  6. b.Bij ontbreken van de onder a. bedoelde persoon, de minderjarige wettige of erkende natuurlijke kinderen.
  7. c.Bij ontbreken van de onder a en b bedoelde personen degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.³
  8. 5.De uitkering mag alleen worden verminderd met de overlijdensuitkering welke de nabestaanden van de WAO/WIA ontvangen.

______________________________________________

² Van ongehuwd samenleven is sprake indien twee ongehuwde personen een gezamenlijke huishouding voeren, met uitzondering van bloedverwanten in de eerste graad.

³ Van “leven in gezinsverband” is sprake, indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding, dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien.

Hoofdstuk XII · Open artikel 46 apart

Art. 50 Ziekte en ongeval in het buitenland
  1. 1.Indien de werknemer wegens de hem opgedragen werkzaamheden buiten Nederland verblijft en aldaar getroffen wordt door ziekte of ongeval kan hij/ namens hem jegens werkgever aanspraak maken/worden gemaakt op vergoeding van:
  2. a.de kosten van noodzakelijke geneeskundige verzorging;
  3. b.de kosten van vervoer, voor zover dit vervoer noodzakelijk is om de geneeskundige verzorging te ondergaan;
  4. c.de noodzakelijke kosten van onderdak en voeding, totdat zijn gezondheidstoestand het hem veroorlooft naar Nederland terug te keren;
  5. d.de noodzakelijke kosten van vervoer naar zijn woon- of verblijfplaats in Nederland.
  6. e.de kosten van vervoer van het stoffelijk overschot van de overledene naar zijn woonplaats.
  7. 2.De in lid 1 bedoelde aanspraken bestaan niet, voor zover de werknemer aanspraak kan maken op overeenkomstige uitkeringen op grond van enige nationale wetgeving of internationale overeenkomst dan wel uit hoofde van een voor de werknemer geldende verzekeringsovereenkomst.
  8. 3.De werknemer kan geen aanspraak maken op vergoeding van de in lid 1 onder a. en
  9. b.genoemde kosten indien hij door eigen schuld of toedoen geen aanspraken kan ontlenen aan de voor hem geldende verzekering.
  10. 4.Indien de werknemer die in de omstandigheden verkeert als omschreven in de aanhef van lid 1, zich in levensgevaar bevindt kan hij ten behoeve van zijn bloedverwanten in de eerste graad alsmede zijn echtgenoot aanspraak maken op vergoeding van:
  11. a.de noodzakelijke kosten van vervoer van hun woonplaats naar zijn verblijfplaats en terug;
  12. b.de noodzakelijke kosten van onderdak en voeding, totdat het levensgevaar geweken is.

Hoofdstuk XIV · Open artikel 50 apart