CAOtjeCAO transport & kranen 2026

HomeCAO-tekst › Hoofdstuk XVII · Vakantie(bijslag) en Arbeidstijdverkorting

Artikel 69
Vakantiebijslag

  1. 1.Per kalenderjaar heeft de werknemer recht op een vakantiebijslag die 8% bedraagt van het over de vierde betalingsperiode van het lopende kalenderjaar berekende loon maal dertien en bij loonbetaling per maand 8% van het loon over de maand april van het lopende kalenderjaar maal twaalf. Onder het loon zoals genoemd in dit artikel wordt verstaan het van toepassing zijnde functieloon, vermeerderd met, indien van toepassing, de ploegendiensttoeslag en de persoonlijke toeslag ex artikel 23 van deze CAO.
  2. 2.De minimum vakantiebijslag bedraagt per kalenderjaar voor alle werknemers van 21 jaar en ouder en voor de vakbekwame chauffeurs en kraanmachinisten jonger dan 21 jaar tenminste 104% van het in de vierde betalingsperiode van het lopende kalenderjaar geldende loon, respectievelijk tenminste 96% van het loon over de maand april van het lopende kalenderjaar bij maandbetaling, behorende bij schaal D trede 1. Voor de jeugdige werknemer in de zin van artikel 20 bedraagt dit minimum het bij hun leeftijd passende percentage, genoemd in artikel 20, van het in dit lid aangegeven minimumbedrag.
  3. 3.Indien de werknemer slechts een gedeelte van het kalenderjaar in dienst is van de werkgever, heeft hij recht op een evenredig deel.
  4. 4.De vakantiebijslag dient in de maand mei over het lopende kalenderjaar te worden uitbetaald. In overleg tussen werknemers en werkgever kan op bedrijfsniveau worden overeengekomen om de vakantiebijslag per maand uit te kunnen betalen. Overeenstemming hierover met de individuele werknemer dient in het voorgaande kalenderjaar te worden bereikt.
  5. 5.In afwijking van het gestelde in lid 4 kan de werkgever aan de werknemer die minder dan 1 jaar in zijn dienst is, of op basis van een tijdelijk contract korter dan 3 jaar in zijn dienst is, de vakantiebijslag in twee termijnen betalen, en wel één in de maand mei en één in de maand november.
  6. 6.Indien het dienstverband van de werknemer vóór de vierde betalingsperiode dan wel vóór april eindigt, vormt – in afwijking van lid 1 – het laatst genoten loon de basis van de berekening van de vakantiebijslag.
  7. 7.In geval van langdurige arbeidsongeschiktheid is de werkgever over een periode van 24 maanden van de arbeidsongeschiktheid verplicht de vakantiebijslag te betalen, met inachtneming van de bepalingen in artikel 16 van de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag. Voor de toepassing van dit artikellid worden perioden waarin de werknemer ten gevolge van ziekte verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten, bij elkaar opgeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan 4 weken opvolgen.

Letterlijke tekst uit de CAO 2026 (peildatum 1 januari 2026). Bedragen en percentages gelden voor de looptijd van deze cao.