CAOtjeCAO transport & kranen 2026

HomeOnderwerpen › Loon

Vakantiebijslag: 8%, uitbetaald in mei

Hoeveel vakantiegeld krijg ik en wanneer? Chauffeur & kraan

Kort antwoord

8% van je functieloon (plus ploegen- en persoonlijke toeslag), berekend over de vierde periode (of april) maal 13 (of 12). Minimum: 104% (of 96% bij maandloon) van schaal D trede 1. Uitbetaling in mei.

  • Hoogte: 8% van het loon over de 4e betalingsperiode × 13, of bij maandbetaling 8% van het aprilloon × 12. "Loon" is hier het functieloon plus (indien van toepassing) ploegendiensttoeslag en persoonlijke toeslag (artikel 69 lid 1). Overuren en andere toeslagen tellen niet mee.
  • Minimum: voor iedereen van 21 jaar en ouder (en vakbekwame chauffeurs/machinisten onder de 21) minimaal 104% van het 4-wekenloon (of 96% van het maandloon) van schaal D trede 1. Voor 2026 is dat 1,04 × € 2.661,96 = € 2.768,44 (bij maandloon 0,96 × € 2.893,55 = € 2.777,81). Jongeren onder artikel 20 krijgen het percentage van hun leeftijd van dit minimum (lid 2).
  • Wanneer: in mei. Op bedrijfsniveau kan maandelijkse uitbetaling worden afgesproken; dat moet in het voorgaande jaar zijn overeengekomen (lid 4). Wie korter dan een jaar in dienst is of een tijdelijk contract korter dan 3 jaar heeft, kan in twee termijnen (mei en november) worden betaald (lid 5).
  • Deeltijd: naar rato van je overeengekomen uren (artikel 8). Oproepkracht: 8% is in het uurloon verwerkt (artikel 10 lid 2).
  • Ziekte: bij langdurige arbeidsongeschiktheid wordt de vakantiebijslag 24 maanden doorbetaald (lid 7).

Wat de CAO letterlijk zegt

Dit zijn de artikelen waarop de uitleg hierboven is gebaseerd, integraal uit de cao-tekst 2026.

Art. 69 Vakantiebijslag
  1. 1.Per kalenderjaar heeft de werknemer recht op een vakantiebijslag die 8% bedraagt van het over de vierde betalingsperiode van het lopende kalenderjaar berekende loon maal dertien en bij loonbetaling per maand 8% van het loon over de maand april van het lopende kalenderjaar maal twaalf. Onder het loon zoals genoemd in dit artikel wordt verstaan het van toepassing zijnde functieloon, vermeerderd met, indien van toepassing, de ploegendiensttoeslag en de persoonlijke toeslag ex artikel 23 van deze CAO.
  2. 2.De minimum vakantiebijslag bedraagt per kalenderjaar voor alle werknemers van 21 jaar en ouder en voor de vakbekwame chauffeurs en kraanmachinisten jonger dan 21 jaar tenminste 104% van het in de vierde betalingsperiode van het lopende kalenderjaar geldende loon, respectievelijk tenminste 96% van het loon over de maand april van het lopende kalenderjaar bij maandbetaling, behorende bij schaal D trede 1. Voor de jeugdige werknemer in de zin van artikel 20 bedraagt dit minimum het bij hun leeftijd passende percentage, genoemd in artikel 20, van het in dit lid aangegeven minimumbedrag.
  3. 3.Indien de werknemer slechts een gedeelte van het kalenderjaar in dienst is van de werkgever, heeft hij recht op een evenredig deel.
  4. 4.De vakantiebijslag dient in de maand mei over het lopende kalenderjaar te worden uitbetaald. In overleg tussen werknemers en werkgever kan op bedrijfsniveau worden overeengekomen om de vakantiebijslag per maand uit te kunnen betalen. Overeenstemming hierover met de individuele werknemer dient in het voorgaande kalenderjaar te worden bereikt.
  5. 5.In afwijking van het gestelde in lid 4 kan de werkgever aan de werknemer die minder dan 1 jaar in zijn dienst is, of op basis van een tijdelijk contract korter dan 3 jaar in zijn dienst is, de vakantiebijslag in twee termijnen betalen, en wel één in de maand mei en één in de maand november.
  6. 6.Indien het dienstverband van de werknemer vóór de vierde betalingsperiode dan wel vóór april eindigt, vormt – in afwijking van lid 1 – het laatst genoten loon de basis van de berekening van de vakantiebijslag.
  7. 7.In geval van langdurige arbeidsongeschiktheid is de werkgever over een periode van 24 maanden van de arbeidsongeschiktheid verplicht de vakantiebijslag te betalen, met inachtneming van de bepalingen in artikel 16 van de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag. Voor de toepassing van dit artikellid worden perioden waarin de werknemer ten gevolge van ziekte verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten, bij elkaar opgeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan 4 weken opvolgen.

Hoofdstuk XVII · Open artikel 69 apart

Art. 10 Oproepkrachten
  1. 1.Voor oproepkrachten gelden in beginsel alle artikelen van deze CAO, met uitzondering van: artikel 4 artikel 6 lid 2 artikel 13 artikel 14 artikel 26b en c artikel 30 artikel 31 artikel 36 artikel 64 t/m 69
  2. 2.Voor de berekening van het dag- en uurloon moet voor de oproepkracht worden uitgegaan van het functieloon vermeerderd met 8% vakantiebijslag.
  3. 3.De oproepkracht verwerft wettelijke vakantiedagen overeenkomstig artikel 7:634 BW over de uren die worden gewerkt.
  4. 4.De oproepkracht wordt per uur beloond.
  5. 5.Overuren zijn de uren, waarmee de diensttijd van gemiddeld 8 uur per dag wordt overschreden.
  6. 6.In afwijking van artikel 6 lid 3 wordt door de werkgever aan de oproepkracht een exemplaar van de CAO verstrekt indien hij dit aan de werkgever verzoekt.

Hoofdstuk IV · Open artikel 10 apart