CAOtjeCAO transport & kranen 2026

HomeOnderwerpen › Loon

Jeugdloon onder 21 jaar en de mintrede

Wat verdien ik als ik jonger ben dan 21? Chauffeur & kraan

Kort antwoord

Zonder code 95 of TCVT-registratie krijg je tot 21 jaar een percentage van het wettelijk minimumloon: 45% (15 jaar) oplopend tot 83% (20 jaar). Heb je code 95 of TCVT wél en werk je daadwerkelijk als chauffeur of machinist, dan kom je meteen op trede 1 van je loonschaal.

Leeftijd% van het wettelijk minimumloon
15 jaar45%
16 jaar50%
17 jaar56%
18 jaar63%
19 jaar72%
20 jaar83%

Deze percentages gelden voor werknemers van 20 jaar en jonger zónder geldig getuigschrift van vakbekwaamheid (code 95) of TCVT-RA-registratie (artikel 20). Het hogere percentage gaat in zodra je jarig bent.

Vakbekwaam onder 21? Dan trede 1

Heb je code 95 en/of de TCVT-RA-registratie en bestuur of bedien je dagelijks daadwerkelijk een vrachtauto of mobiele kraan, dan word je ingeschaald op trede 1 van je loonschaal, ook al ben je nog geen 21 (artikel 22 lid 1b). Word je 21, dan kom je sowieso op trede 1 (lid 1a).

Mintrede (trede -1)

Ben je 21 of ouder maar mis je bij indiensttreding de vak- of bedrijfskennis voor een functie in schaal A, B of C, dan kan de werkgever je tijdelijk in trede -1 plaatsen. De werkgever moet je dan de nodige opleiding laten volgen; is die afgerond, dan ga je naar trede 1 (artikel 22 lid 1c–e). De mintreden per 1 januari 2026: A -1 € 588,40, B -1 € 593,76, C -1 € 606,74 per week.

BBL-leerlingen en stagiairs

BBL-leerlingen krijgen 4/5 (bij 1 dag school) of 3/5 (bij 2 dagen school) van het jeugdloon en hebben een eigen vakantieregeling (artikel 11). Stagiairs die minstens 4 dagen per week meelopen krijgen minimaal € 300 bruto per maand (artikel 41).

Wat de CAO letterlijk zegt

Dit zijn de artikelen waarop de uitleg hierboven is gebaseerd, integraal uit de cao-tekst 2026.

Art. 20 Jeugdlonen voor niet-vakbekwame chauffeurs en kraanmachinisten en overige werknemers

tot 21 jaar (zie ook artikel 22)

  1. a.Voor werknemers van 20 jaar en jonger, die niet in het bezit zijn van een geldig getuigschrift van vakbekwaamheid voor het besturen van een vrachtauto(code 95), het wettelijk verplicht TCVT- RA-registratie van vakbekwaamheid voor het bedienen van een mobiele kraan gelden de volgende percentages van het wettelijk minimumloon:
15 jaar45%
16 jaar50%
17 jaar56%
18 jaar63%
19 jaar72%
20 jaar83%
  1. b.De hogere beloning conform lid a. gaat in bij het bereiken van een hogere leeftijd.

Hoofdstuk VII · Open artikel 20 apart

Art. 22 21 jarigen en ouder/ vakbekwame chauffeurs en kraanmachinisten jonger dan 21 jaar
  1. 1.a.Indien een werknemer de leeftijd van 21 jaar bereikt, wordt hij ingeschaald op trede 1 van de geldende loonschaal.
  2. 1.b.In afwijking van lid 1a. wordt de werknemer, jonger dan 21 jaar, zodra deze in het bezit is van een geldig getuigschrift van vakbekwaamheid voor het besturen van een vrachtauto (code 95) en/of het wettelijk verplicht TCVT- RA-registratie van vakbekwaamheid voor het bedienen van een mobiele kraan ingeschaald op trede 1 van de geldende loonschaal mits de werknemer in zijn dagelijkse werkzaamheden ook daadwerkelijk een vrachtauto moet besturen en/of een mobiele kraan moet bedienen.
  3. 1.c.In afwijking van lid 1a geldt dat de werknemer die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, maar bij indiensttreding nog niet beschikt over de specifieke vak- en/of bedrijfskennis welke voor de vervulling van de functies vallende onder de loonschalen A, B en C is vereist, kan worden ingedeeld in de trede –1 behorende bij zijn loonschaal. De -1 trede wordt berekend op basis van het wettelijk minimumloon en trede 1 van de loonschaal en wordt bepaald op het gemiddelde van het uur- en weekloon van deze 2 niveaus. Bij een aanpassing van het wettelijk minimumloon en/of trede 1 van een loonschaal dient de -1 trede hierop ook te worden aangepast.
  4. 1.d.De werkgever stelt de in lid c bedoelde werknemer in de gelegenheid de voor de functie noodzakelijke opleiding/training te volgen.
  5. 1.e.Zodra de in lid d bedoelde opleiding/training met goed gevolg is afgerond wordt de werknemer in de trede 1 van zijn loonschaal ingedeeld.
  6. 1.f.Voor de toekenning van tredeverhogingen is overigens artikel 21 integraal van toepassing.

De mintreden bedragen per 1 januari 2026:

Schaal/tredeWeek4 wekenMaandUur 100%Uur 130%Uur 150%
A-1588,402353,602559,5414,7119,1222,07
B-1593,762375,042581,6714,8419,2922,26
C-1606,742426,962638,1115,1719,7222,76

Hoofdstuk VII · Open artikel 22 apart

Art. 11 BBL- Leerlingen
  1. 1.In afwijking van het in artikel 67a lid 2 en 3 ten aanzien van de vakantieregeling bepaalde geldt voor leerlingen van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) het volgende:
  2. 1.a.Het vakantiejaar loopt van 16 augustus tot en met 15 augustus van het daarop volgende jaar.
  3. 1.b.In het jaar van indiensttreding en beëindiging van het dienstverband wordt de duur van de vakantie bepaald in verhouding tot het verstreken deel van het jaar; daarbij worden gedeelten van dagen van minder dan een half naar beneden en van meer dan een half naar boven afgerond.
  4. 1.c.De vakantierechten bedragen voor een partieel-leerplichtige leerling 17 werkdagen en voor een niet-partieel leerplichtige leerling 21 werkdagen, met dien verstande:
  5. -dat de leerling van de genoemde dagen tenminste 9 respectievelijk 12 in drie aaneengesloten weken gedurende de zomervakantie dient op te nemen;
  6. -snipperdagen kunnen worden opgenomen indien de leerling hiertoe van te voren toestemming heeft verkregen van het stageverlenende bedrijf en van de collectieve werkgever.
  7. 2.De verblijfkostenvergoeding geregeld in artikel 40 leden 1, 2 en 5 geldt ook voor leerlingen van de beroepsbegeleidende leerweg, die buiten standplaats werkzaamheden verrichten.
  8. 3.De functielonen voor jeugdige werknemers in opleiding in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg bedragen bij een dagonderwijs per week 4/5 en bij twee dagen onderwijs per week 3/5 van het naar hun leeftijd vastgestelde jeugdloon.
  9. 4.De leerlingen ontvangen in de eerste periode van hun dienstverband een voorschot van één bruto functieloon. In de perioden daarna wordt aan de hand van de ingeleverde urenverantwoordingsstaten het juiste salaris uitbetaald. Bij uitdiensttreding wordt het voorschot verrekend met de laatste salarisbetaling.

Hoofdstuk IV · Open artikel 11 apart

Art. 41 Stagevergoeding

Aan de stagiair, zoals gedefinieerd in artikel 3 lid 19, die tenminste 4 dagen per week ervaring komt opdoen op de werkvloer wordt een stagevergoeding toegekend van minimaal € 300,- bruto per maand. Indien er op minder dagen in de week stage wordt gelopen, dan is een evenredig minimum bedrag van toepassing. Dit artikel is niet van toepassing op de BBLleerling zoals genoemd in artikel 11 van deze cao.

Hoofdstuk XII · Open artikel 41 apart