CAOtjeCAO transport & kranen 2026

HomeOnderwerpen › Loon

Loonstrook en urenverantwoording: wat moet erop staan?

Wat moet er op mijn loonstrook staan en hoe controleer ik mijn uren? Chauffeur & kraan

Kort antwoord

Je werkgever moet bij elke betaling een specificatie geven met o.a. functieloon, uurloon, toeslagen, overuren, verblijfkosten, vakantiedagen, ATV-dagen en je tijd-voor-tijd-saldo. Van je urenverantwoordingsstaat krijg je een getekend exemplaar terug; bezwaar maken kan binnen 3 maanden.

Loonstrook (artikel 6 lid 4)

Bij elke loonbetaling (per 4 weken of per maand) hoort een specificatie met minimaal: naam werknemer en werkgever; soort contract; overeengekomen arbeidsduur; periode; het wettelijk minimumloon dat bij je leeftijd hoort; functieloon; uurloon; toeslagen; overuren; brutoloon; inhoudingen; nettoloon; verblijfkostenvergoeding; vakantiedagen; ATV-dagen; saldo tijd-voor-tijd; PKB-saldo (indien van toepassing) en de waarde van een vakantiedag.

Urenverantwoording (artikel 26a lid 2)

  • Je registreert je diensturen, rust, pauzes en correcties op een staat van de werkgever, met datum, begin- en eindtijd, dagtotalen en je handtekening.
  • Na controle krijg je een voor akkoord getekend exemplaar terug. Bezwaar maak je schriftelijk binnen 3 maanden; doe je dat niet, dan geldt de staat als bewijs.
  • Bij controle moeten de tachograafgegevens erbij worden gelegd. De werkgever bewaart de staten minimaal een jaar.
  • Boordcomputer? Dan vervalt de papieren staat, maar na elke rit heb je recht op een ongeschoonde uitdraai, en elke betalingsperiode op een geschoonde uitdraai. Op verzoek krijg je een schriftelijke toelichting op correcties (lid 2h en 2i).

Betaling

Functieloon wordt per 4 weken of per maand betaald; overuren uiterlijk in de betalingsperiode ná die waarin ze ontstonden (artikel 13).

Denk je dat de CAO niet wordt nageleefd? Een vakbond kan de werkgever vragen binnen 4 weken aan te tonen dat de CAO correct is toegepast (artikel 78).

Wat de CAO letterlijk zegt

Dit zijn de artikelen waarop de uitleg hierboven is gebaseerd, integraal uit de cao-tekst 2026.

Art. 6 Verplichtingen van de werkgever
  1. 1.Het is de werkgever niet toegestaan personeel in dienst te nemen, dat reeds elders een volledige dienstbetrekking heeft.
  2. 2.a.In het kader van de Arbozorg kan de werkgever de werknemer bij het aangaan van de dienstbetrekking alleen medisch laten keuren indien het gaat om een functie waaraan voor de vervulling ervan bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid zijn gesteld. Daarbij dient het bepaalde bij en krachtens de Wet op de medische keuringen te worden nageleefd. Deze bepaling geldt in ieder geval niet voor administratief- en leidinggevend personeel. De verplichting om een aanstellingskeuring te ondergaan vervalt indien uit een schriftelijk keuringsbewijs van de werknemer blijkt dat de werknemer recentelijk een soortgelijke medische keuring heeft ondergaan. De datum van het keuringsbewijs mag maximaal een jaar voor het aangaan van het dienstverband liggen.
  3. 2.b.De kosten van de rijbewijskeuring zijn voor rekening van de werkgever, tenzij daarin wettelijk op andere wijze wordt voorzien. Ten aanzien van de loonbetaling wordt in dit verband verwezen naar artikel 65 lid 1 sub l.
  4. 3.De werkgever verstrekt aan de werknemer kosteloos tegen ontvangstbewijs een exemplaar van de CAO en wijzigingen daarop.
  5. 4.Bij elke loonbetaling (per 4 weken, per maand) is de werkgever verplicht aan de werknemer een specificatie te verstrekken. Deze specificatie dient tenminste de navolgende gegevens te bevatten:
  6. -naam werknemer en naam werkgever;
  7. -vast-, tijdelijk- of oproepcontract;
  8. -overeengekomen arbeidsduur;
  9. -periode waarover loon wordt betaald;
  10. -het loon over deze periode waarop werknemer op grond van zijn leeftijd recht heeft ingevolge het bepaalde bij of krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
  11. -functieloon;
  12. -uurloon;
  13. -toeslagen;
  14. -overuren;
  15. -bruto loon;
  16. -inhoudingen;
  17. -netto loon;
  18. -verblijfkostenvergoeding;
  19. -vakantiedagen;
  20. -ATV dagen;
  21. -saldo tijd voor tijduren;
  22. -saldo Persoonlijk Keuze Budget indien van toepassing;
  23. -de waarde van een vakantiedag overeenkomstig art. 67a lid 10.
  24. 5.De kosten van de aanschaf door werknemer van de bestuurderskaart ten behoeve van de digitale tachograaf (1 x per 5 jaar) komen voor rekening van de werkgever.

Hoofdstuk III · Open artikel 6 apart

Art. 26a Loonberekening
  1. 1.a.De functielonen gelden voor 160 diensturen per periode van 4 weken, respectievelijk 173,92 diensturen per maand.
  2. 1.b.Het bepaalde onder a. laat onverlet dat uitbetaling aan de werknemer van minimaal 40 uur per week gegarandeerd is.
  3. 2.a.Alle diensturen worden uitbetaald onder aftrek van de pauzetijden conform de staffel welke is opgenomen in bijlage III en onder aftrek van de aaneengesloten rust, met als minimum de in de EG-Verordening 561/2006 voorgeschreven rusttijden (zie bijlage III). Bij boot- en treinuren gemaakt in een periode van 24 uur mag maximaal 11 uur aan aaneengesloten rust worden genoteerd met inachtneming van de staffel van de pauzetijden conform bijlage III.
  4. 2.b.De diensturen moeten door de werknemer worden geregistreerd op een door de werkgever te verstrekken urenverantwoordingsstaat. Een registratieplicht geldt eveneens voor de uren besteed aan rust, pauzes en de correcties.
  5. 2.c.De urenverantwoordingsstaat dient minimaal de navolgende gegevens te bevatten:
  6. -de datum
  7. -de begin- en eindtijd van de diensttijd en de dag totalen daarvan
  8. -de rusttijd
  9. -de pauzes
  10. -correcties
  11. -de naam en handtekening van de chauffeur
  12. 2.d.De werknemer ontvangt na controle door de werkgever een voor akkoord getekend exemplaar van de urenverantwoordingsstaat terug.
  13. 2.e.De werknemer dient binnen drie maanden na ontvangst van de urenverantwoordingsstaat als bedoeld onder 2.d schriftelijk aan de werkgever eventuele bezwaren kenbaar te maken. Wanneer de werknemer van dat recht geen gebruik maakt, geldt de urenverantwoordingsstaat vanaf dat moment als bewijs.
  14. 2.f.De werkgever dient de ingevulde urenverantwoordingsstaat gedurende tenminste een jaar na de datum waarop de invulling betrekking had, te bewaren.
  15. 2.g.Voor de controle van de urenverantwoordingsstaten dienen de daarbij behorende tachograafgegevens te worden overgelegd.
  16. 2.h.Bij het gebruik van elektronische tijdregistratiesystemen zijn werkgever en werknemer vrijgesteld van de verplichtingen zoals vermeld onder 2b t/m 2g. Na afloop van elke rit dient de werknemer de beschikking te krijgen over een ongeschoonde uitdraai van de in 2c. genoemde gegevens. De werkgever is tevens verplicht de werknemer éénmaal per betalingsperiode, elektronisch of op andere wijze, een geschoonde uitdraai van de boordcomputer te verstrekken waarop de gegevens staan vermeld overeenkomstig de in lid 2c. genoemde gegevens.
  17. 2.i.Indien de werknemer daarom verzoekt, verstrekt de werkgever een schriftelijke toelichting op de correcties van zijn diensturen
  18. 3.a.De werkgever kan de normale duur van de werkzaamheden normeren op basis van sociaal en economisch verantwoorde praktijkervaringen en de loonberekeningen daarop baseren. De werkgever dient daarvoor echter eerst de instemming van de werknemers- en werkgeversorganisaties na voorafgaand overleg met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging te verkrijgen.
  19. 3.b.Het bepaalde onder 3.a. is onverkort van kracht ingeval in de onderneming de diensturen worden bepaald met behulp van elektronische tijdregistratiesystemen.
  20. 3.c.Indien de omstandigheden die aan een normeringsregeling ten grondslag liggen zich wijzigen, dan dient de regeling opnieuw beoordeeld en zodanig aangepast te worden.
  21. 3.d.Een normeringsregeling ontheft de werknemer niet van de invulling en indiening van de urenverantwoordingsstaat.
  22. 3.e.In alle gevallen zal de normeringsregeling schriftelijk worden vastgelegd en binnen 2 weken na dagtekening, ter registratie worden gemeld bij het secretariaat van CAOpartijen, Postbus 3008, 2700 KS Zoetermeer.
  23. 4.a.Op werkzaamheden als rijden, laden, lossen en wachttijd kan, in geval van dubbele bemanning, normering plaatsvinden, met dien verstande dat de totale beloning van alle gemaakte diensturen tussen de 85% en de 100% bedraagt. Er is sprake van dubbele bemanning bij internationale ritten als een rit wordt verricht door tenminste 2 chauffeurs met gelijkwaardige werkzaamheden, zowel qua functie-inhoud als qua tijdsbesteding.
  24. 4.b.Om van bovenstaande regeling gebruik te kunnen maken, dienen de ondernemingen hun bestaande beloningsbeleid voor dubbelbemande ritten voor 1 mei 2006, bij CAOpartijen te hebben gemeld. Ondernemingen die hun bestaande beloningsbeleid voor de dubbelbemande ritten niet voor 1 mei 2006 hebben gemeld, worden geacht geen normering toe te passen.
  25. 4.c.Ondernemingen die na 1 mei 2006 een nieuw beloningsbeleid voor dubbelbemande ritten willen invoeren, dienen dat met de vakbonden overeen te komen. Daarbij dient het volgende in acht te worden genomen: ● de totale beloning van alle gemaakte diensturen zal uiterlijk na verloop van twee jaar 85% bedragen tenzij de onderneming een hogere beloning overeenkomt met vakbonden; ● er dient met de vakbonden overleg te worden gevoerd over een afbouwregeling voor het verschil tussen de oude en de nieuwe regeling voor het reeds in dienst zijnde personeel. Deze afbouwregeling komt na 2 jaar te vervallen; ● voor werknemers die op het moment van inwerkingtreding van de CAO 55 jaar en ouder zijn, blijft de oude regeling gehandhaafd en vindt er geen afbouw plaats; ● de nieuwe regeling dient te worden gemeld bij CAO-partijen.

Hoofdstuk VIII · Open artikel 26a apart

Art. 13 Loonbetaling
  1. 1.De in artikel 25 genoemde functielonen worden per 4 weken of per maand betaald.
  2. 2.Het omrekeningsgetal voor de herleiding van vierweken- naar maandloon is 1,087.
  3. 3.De uitbetaling van de overuren dient uiterlijk in de betalingsperiode volgend op de betalingsperiode waarin de overuren zijn ontstaan te geschieden.

Hoofdstuk V · Open artikel 13 apart

Art. 78 Naleving CAO
  1. 1.a.De werkgever is gehouden op schriftelijk verzoek van een werknemersorganisatie, binnen 4 weken schriftelijk aan te tonen dat de CAO correct is nageleefd. Het betreft de artikelen 6 sub 2b, 8 + 10, 16, 19, 20, 21, 25, 26a, 29 leden 3 en 4, 40, 67a, 68, 69, 69Bt/m 69D en 75 van de CAO over een periode van 1 jaar voorafgaand aan het verzoek.
  2. 1.b.In afwijking van de in lid a genoemde periode van 1 jaar, geldt voor de controle op de naleving van de artikelen 26a en 40, een periode van 3 maanden. Tevens geldt voor de controle op de artikelen 26a en 40, een maximering van het volume van op te vragen gegevens van 15% van de te controleren werknemers tot een maximum van 20 werknemers.
  3. 1.c.Indien de werkgever niet aantoont dat deze CAO getrouwelijk is nageleefd, is de werkgever ten opzichte van de werknemersorganisatie schadeplichtig overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van de Wet CAO. De betreffende werknemersorganisatie draagt de door hem ontvangen schadevergoeding af aan de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen.
  4. 1.d.Indien het verzoek van de werknemersorganisatie aan de werkgever niet op redelijke grond is gedaan is de werknemersorganisatie gehouden aan de werkgever een schadevergoeding te betalen van € 11.344,50 voor de schade die de werkgever heeft geleden ten gevolge van het verzoek.
  5. 1.e.In afwijking van het gestelde in lid d geldt voor het op niet redelijke grond verzoeken van een controle op de naleving van de artikelen 26a en 40 een schadevergoeding van € 25.000,--
  6. 1.f.In afwijking van de leden 1a en 1b, zal geen controle van de artikelen 26a en 40 plaatsvinden indien de werkgever in de 12 maanden voorafgaand reeds door één van de werknemersorganisaties op CAO-naleving is gecontroleerd.

Hoofdstuk XX · Open artikel 78 apart