Home › Onderwerpen › Vrij & verlof
Vakantiedagen: hoeveel en welke regels?
Op hoeveel vakantiedagen heb ik recht? Chauffeur & kraan
Standaard 24 dagen per jaar (bij 40 uur), oplopend naar 28 dagen bij 60 jaar of ouder of naar 29 dagen bij 30 dienstjaren; het hoogste aantal telt. Je mag jaarlijks 4 bovenwettelijke dagen kopen of verkopen en hebt recht op 3 weken aaneengesloten vakantie.
Aantal dagen (artikel 67a lid 3)
| Leeftijd op 1 juli | Dagen | Onafgebroken dienstjaren | Dagen |
|---|---|---|---|
| 16 jaar en jonger | 28 | 10 jaar | 25 |
| 17 en 18 jaar | 26 | 15 jaar | 26 |
| 19 t/m 44 jaar | 24 | 20 jaar | 27 |
| 45 t/m 49 jaar | 25 | 25 jaar | 28 |
| 50 t/m 54 jaar | 26 | 30 jaar | 29 |
| 55 t/m 59 jaar | 27 | ||
| 60 jaar en ouder | 28 |
Het hoogste aantal (leeftijd óf dienstjaren) geldt. Deeltijd: naar rato (artikel 8). Het vakantiejaar loopt van 1 januari t/m 31 december; dagen worden aan het begin van het jaar toegekend en per periode opgebouwd.
Regels
- 4 bovenwettelijke dagen per jaar kopen of verkopen kan (lid 4).
- Recht op 3 weken aaneengesloten vakantie; vanaf 50 jaar 4 weken. De werkgever plant de aaneengesloten vakantie zoveel mogelijk tussen 1 mei en 30 september (lid 7).
- De werkgever mag jaarlijks 3 verplichte snipperdagen aanwijzen, direct vóór of na een feestdag, minstens 2 maanden vooraf schriftelijk aangekondigd (lid 7f).
- Oponthoud tijdens een meerdaagse buitenlandse rit mag niet als vakantie worden aangemerkt (lid 7e).
- Negatief saldo bij einde dienstverband wordt verrekend (lid 8). Op een vakantiedag worden 8 diensturen genoteerd (artikel 64).
Waarde van een vakantiedag (lid 10)
Sinds 1 januari 2026 bestaat de waarde van een vakantiedag uit: (a) het functieloon van 1 dag plus persoonlijke en ploegentoeslag; (b) het gemiddelde per gewerkte dag in het vorige kalenderjaar aan zaterdag-/zondagtoeslag, nachttoeslag, vuilwerk-, koude-, consignatie-, reisuren (kraan) en onregelmatigheidstoeslag; (c) het gemiddelde per gewerkte dag aan overuren en zaterdag-/zondaguren boven je contracturen. Die waarde staat op je loonstrook en geldt ook bij uitbetaling aan het einde van het dienstverband.
Persoonlijk keuzebudget (artikel 67b)
Het verplichte PKB is afgeschaft; op bedrijfsniveau kan het vrijwillig worden afgesproken. Daarin gaan dan 2 van de 4 bovenwettelijke dagen, de extra leeftijds-/dienstjarendagen boven de 24 en desgewenst brutoloon. Keuze per periode: geld, vrije tijd (max 18 dagen kopen) of scholing.
Wat de CAO letterlijk zegt
Dit zijn de artikelen waarop de uitleg hierboven is gebaseerd, integraal uit de cao-tekst 2026.
Art. 67a Vakantie
- 1.Ten aanzien van de vakantie gelden -met inachtneming van de leden 2 tot en met 9 van dit artikel- de wettelijke bepalingen, geregeld in artikel 7:634 BW en verder.
- 2.Het vakantiejaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
- 3.De normale vakantie per jaar bedraagt:
- a.voor werknemers van 16 jaar en jonger28 dagen
- voor werknemers van 17 en 18 jaar26 dagen
- voor werknemers van 19 t/m 39 jaar24 dagen
- voor werknemers van 40 t/m 44 jaar24 dagen
- voor werknemers van 45 t/m 49 jaar25 dagen
- voor werknemers van 50 t/m 54 jaar26 dagen
- voor werknemers van 55 t/m 59 jaar27 dagen
- voor werknemers van 60 jaar en ouder28 dagen
- b.In afwijking van het gestelde onder a. bedraagt de vakantie per jaar:
| voor werknemers met 10 dienstjaren | 25 dagen |
|---|---|
| voor werknemers met 15 dienstjaren | 26 dagen |
| voor werknemers met 20 dienstjaren | 27 dagen |
| voor werknemers met 25 dienstjaren | 28 dagen |
| voor werknemers met 30 dienstjaren | 29 dagen |
- c.Het toekennen van vakantiedagen vindt plaats of op grond van de lengte van het dienstverband dan wel op grond van leeftijd; het hoogste aantal dagen prevaleert.
- d.De werknemer heeft recht op het onder a. respectievelijk b. van lid 3 genoemde aantal vakantiedagen, indien hij op 1 juli de daarbij genoemde leeftijd heeft bereikt, respectievelijk het daarbij genoemde aantal dienstjaren zonder onderbreking in de onderneming heeft vervuld. Als onderbreking wordt niet beschouwd enige vorm van verlof of afwezigheid met instandhouding van de arbeidsovereenkomst.
- 4.Werknemer heeft de mogelijkheid om per kalenderjaar 4 bovenwettelijke vakantiedagen aan te kopen of te verkopen. De waarde van een vakantiedag wordt bepaald overeenkomstig het bepaalde in lid 10 van dit artikel.
- 5.De werknemer heeft geen aanspraak op vakantie over de tijd, gedurende welke hij wegens het niet verrichten van de bedongen arbeid geen aanspraak op in geld vastgesteld loon heeft, tenzij uit artikel 7:635 BW anders voortvloeit.
- 6.De totale aanspraak op vakantie wordt bij het einde van het vakantiejaar, of bij het einde van de dienstbetrekking naar boven afgerond op halve dagen indien het dienstverband van de werknemer tenminste 2 maanden onafgebroken heeft geduurd.
- 7.a.De werkgever bevordert, dat de werknemer zijn vakantiedagen in het lopende vakantiejaar opneemt. Daartoe zal de werkgever tijdig in overleg met de werknemers jaarlijks een goede vakantieplanning maken.
- 7.b.Desgewenst geniet de werknemer -voor zover de aanspraak in het betreffende vakantiejaar toereikend zal zijn- drie weken aaneengesloten vakantie.
- 7.c.De werknemer ouder dan 50 jaar geniet desgewenst – voor zover de aanspraak in het betreffende vakantiejaar toereikend zal zijn - 4 weken aaneengesloten vakantie in een door werkgever na overleg met de werknemer te bepalen periode.
- 7.d.De werkgever stelt de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie vast na overleg met de werknemer, waarbij de aanvang van de aaneengesloten vakantie zoveel mogelijk zal zijn gelegen in de periode van 1 mei tot en met 30 september.
- 7.e.De werkgever mag niet bepalen, dat oponthoud tijdens een meerdaagse buitenlandse rit als vakantie zal worden aangemerkt, tenzij met de werknemer op diens verzoek anders is overeengekomen.
- 7.f.De werkgever heeft de bevoegdheid jaarlijks drie verplichte snipperdagen aan te wijzen. Deze snipperdagen moeten direct voorafgaan aan of volgen op een der in artikel 32 genoemde feestdagen. Indien de werkgever van deze mogelijkheid gebruik maakt dient dat tenminste twee maanden van tevoren schriftelijk bekend gemaakt te worden.
- 8.Vakantiedagen worden aan het begin van het kalenderjaar toegekend. De feitelijke opbouw vindt per betalingsperiode plaats. In geval van een negatief saldo aan vakantiedagen bij einde dienstverband, zullen deze bij de eindafrekening worden verrekend.
- 9.De waarde van elke wettelijke en bovenwettelijke vakantiedag waarop de werknemer, bij beëindiging van het dienstverband aanspraak heeft en die niet alsnog wordt genoten, is gelijk aan de waarde op grond van lid 10 van dit artikel.
- 10.Met ingang van 1 januari 2026 bestaat de waarde van de 20 wettelijke vakantiedagen en van de bovenwettelijke vakantiedagen, uit de volgende onderdelen (*):
- a)Het functieloon van 1 dag vermeerderd met de persoonlijke toeslag en de ploegentoeslag;
- b)Het gemiddelde bedrag dat in het voorafgaande kalenderjaar per gewerkte dag is ontvangen aan vergoeding van de toeslagen voor de zaterdag- en zondaguren (art. 33), de toeslag voor nachtelijke uren (art. 37) de vuilwerktoeslag (art. 38A), de koudetoeslag (art. 38B), de consignatievergoeding (art. 42), de reisuren voor de werknemers op mobiele kranen (art. 47) en de onregelmatigheidstoeslag (art. 4 Bijlage VII).
- c)Het gemiddelde bedrag dat in het voorafgaande kalenderjaar per gewerkte dag is ontvangen aan vergoeding van overuren, zaterdag- en zondaguren, voor zover deze de individueel overeengekomen arbeidstijd per week overschrijden.
- d)Indien de in 10 lid b) en lid c) voorgeschreven referentieperiode van het voorafgaande kalender jaar niet passend is, wordt er een passende referentieperiode gekozen.
- e)Indien de werknemer in het lopende kalenderjaar in dienst is getreden is het voorafgaande kalenderjaar niet passend. De passende referentieperiode is dan de periode dat de werknemer in dienst is geweest in het lopende kalenderjaar tot de eerste vakantiedag. Deze waarde wordt de rest van het kalenderjaar gehanteerd. De werknemer kan om een nacalculatie vragen aan het einde van het kalenderjaar. (*) Partijen bij de CAO spreken de intentie uit toekomstige ontwikkelingen in de rechtspraak te monitoren en nieuwe maatstaven te codificeren in volgende versies van deze CAO.
- 11.a.De werkgever is verplicht aantekening te houden van de door de werknemer opgenomen, respectievelijk aan hem uitbetaalde vakantiedagen/-uren.
- 11.b.Mutaties ten aanzien van het (resterend) aantal vakantiedagen/-uren dienen op de salarisspecificatie te worden vermeld.
- 11.c.De werkgever verstrekt bij het einde van de dienstbetrekking aan de werknemer een verklaring waaruit het aantal bij de beëindiging uitbetaalde vakantiedagen/-uren blijkt.
Art. 67b Persoonlijk keuzebudget (PKB)
- 1.De verplichte PKB regeling is afgeschaft. Het is echter wel mogelijk om op bedrijfsniveau afspraken te maken op basis van vrijwilligheid. Werknemers en werkgevers kunnen niet verplicht worden om hieraan deel te nemen.
- 2.De volgende arbeidsvoorwaarden worden ingebracht in het PKB:
- a)Twee (2) van de vier (4) bovenwettelijke vakantiedagen;
- b)De extra, boven de 24 per jaar, vakantiedagen op grond van leeftijd en/of dienstjaren.
- c)Desgewenst brutoloon.
- 3.Het PKB wordt aan het begin van het kalenderjaar toegekend. De feitelijke opbouw vindt per betalingsperiode plaats.
- 4.De werknemer kan per betalingsperiode keuzes maken met het tot dan toe opgebouwde saldo. Er kan gekozen worden voor geld, vrije tijd of scholing (zowel functiegericht als niet-functiegericht). Als er gekozen wordt voor vrije tijd dan kan men maximaal 18 dagen aankopen.
- 5.Een reeds ingeroosterde vrije dag, aangekocht vanuit het PKB zal in geval van ziekte weer toegevoegd worden aan het PKB saldo.
- 6.Indien er geen keuzes worden gemaakt, blijft de opbouw per betalingsperiode doorlopen tot het einde van het kalenderjaar. Het resterende PKB-saldo inclusief de aangekochte doch niet opgenomen vakantiedagen worden aan het einde van het vakantiejaar volledig uitbetaald.
Art. 64 Afwezigheid met behoud van loon
- Wanneer op een of meer dagen, niet zijnde roostervrije dagen, niet wordt gewerkt op grond van een van de navolgende omstandigheden, wordt per dag 8 diensturen genoteerd. Deze omstandigheden zijn:
- -wegens vakantie (artikel 67a en b);
- -tijd-voor-tijd-regeling (artikelen 30 en 31);
- -op algemeen erkende christelijke en nationale feestdagen, niet vallende op zaterdag en/of zondag (artikel 32);
- -bijzonder verlof (artikel 65);
- -wegens ziekte of ongeval buiten schuld of toedoen van de betrokken werknemer (art. 16)
- -ATV-dagen (artikel 68).
Art. 8 Deeltijdwerknemers
- 1.De bepalingen van de CAO zijn op deeltijdwerknemers van toepassing, met inachtneming van de volgende leden van dit artikel.
- 2.a.Voor zover de bepalingen van de CAO zich daarvoor lenen, worden zij op de deeltijdwerker naar evenredigheid toegepast. Onafhankelijk van het arbeidspatroon dient voor ieder dienstuur minimaal het wettelijk minimum uurloon te worden betaald.
- 2.b.Overuren zijn uren, liggend op maandag tot en met vrijdag, waarmee de diensttijd van 40 uur in de week, dan wel de individueel overeengekomen arbeidstijd als dit minder is dan 40 uur per week, wordt overschreden Voor rijdend personeel op dubbel bemande voertuigen geldt de vorige zin voor de uren liggend op maandag tot en met zaterdag 7.00 uur.
- 3.a.De vakantie-aanspraken en vakantiebijslag ontstaan naar rato van het aantal verrichte diensturen, doch niet meer dan het voor betrokkenen geldende maximum genoemd in artikel 67a, artikel 68 resp. artikel 69.
- 3.b.Voor het vaststellen van de onder 3a. genoemde vakantie-aanspraken en vakantiebijslag geldt als basis voor de berekening, het minimum aantal overeengekomen uren.
- 3.c.Voor het berekenen van de vakantie-aanspraken en vakantiebijslag in een bepaald jaar, dient het totaal aantal verrichte diensturen, met een minimum van het aantal overeengekomen uren, in het voorafgaande kalenderjaar te worden genomen.
Art. 11 BBL- Leerlingen
- 1.In afwijking van het in artikel 67a lid 2 en 3 ten aanzien van de vakantieregeling bepaalde geldt voor leerlingen van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) het volgende:
- 1.a.Het vakantiejaar loopt van 16 augustus tot en met 15 augustus van het daarop volgende jaar.
- 1.b.In het jaar van indiensttreding en beëindiging van het dienstverband wordt de duur van de vakantie bepaald in verhouding tot het verstreken deel van het jaar; daarbij worden gedeelten van dagen van minder dan een half naar beneden en van meer dan een half naar boven afgerond.
- 1.c.De vakantierechten bedragen voor een partieel-leerplichtige leerling 17 werkdagen en voor een niet-partieel leerplichtige leerling 21 werkdagen, met dien verstande:
- -dat de leerling van de genoemde dagen tenminste 9 respectievelijk 12 in drie aaneengesloten weken gedurende de zomervakantie dient op te nemen;
- -snipperdagen kunnen worden opgenomen indien de leerling hiertoe van te voren toestemming heeft verkregen van het stageverlenende bedrijf en van de collectieve werkgever.
- 2.De verblijfkostenvergoeding geregeld in artikel 40 leden 1, 2 en 5 geldt ook voor leerlingen van de beroepsbegeleidende leerweg, die buiten standplaats werkzaamheden verrichten.
- 3.De functielonen voor jeugdige werknemers in opleiding in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg bedragen bij een dagonderwijs per week 4/5 en bij twee dagen onderwijs per week 3/5 van het naar hun leeftijd vastgestelde jeugdloon.
- 4.De leerlingen ontvangen in de eerste periode van hun dienstverband een voorschot van één bruto functieloon. In de perioden daarna wordt aan de hand van de ingeleverde urenverantwoordingsstaten het juiste salaris uitbetaald. Bij uitdiensttreding wordt het voorschot verrekend met de laatste salarisbetaling.