Home › Onderwerpen › Uren & toeslagen
Rij- en rusttijden (Verordening 561/2006)
Hoe lang mag ik rijden en hoeveel rust moet ik nemen? Chauffeur
Maximaal 9 uur rijden per dag (2× per week 10 uur), na 4,5 uur rijden 45 minuten pauze, 56 uur rijtijd per week en 90 uur per twee weken. Dagelijkse rust 11 uur (mag 3× per week 9 uur), wekelijkse rust 45 uur.
Dit zijn wettelijke regels uit de Europese Verordening (EG) 561/2006, geen cao-afspraken. De CAO verwijst ernaar voor de berekening van je diensturen (artikel 26a) en vult ze aan met artikel 76.
Rijtijd
- Ononderbroken: na 4,5 uur rijden een onderbreking van 45 minuten aaneengesloten, of 15 minuten gevolgd door 30 minuten.
- Dagelijks: maximaal 9 uur tussen twee rusttijden; maximaal 2× per week 10 uur.
- Wekelijks: maximaal 56 uur. Tweewekelijks: maximaal 90 uur.
Rusttijd
- Dagelijks: normaal 11 uur aaneengesloten. Mag gesplitst worden in 3 + 9 uur. Verkorte dagelijkse rust: minimaal 9 uur, maximaal 3× tussen twee wekelijkse rusten.
- Meervoudige bemanning: minimaal 9 uur binnen een periode van 30 uur.
- Wekelijks: normaal 45 uur aaneengesloten; verkort minimaal 24 uur, mits gecompenseerd vóór het einde van de derde week. In elke twee weken: 2 normale wekelijkse rusten, of 1 normale en 1 verkorte. Uiterlijk na 6 × 24 uur moet een nieuwe wekelijkse rust beginnen.
De CAO voegt toe (artikel 76 lid 4): na terugkeer op standplaats maximaal 3× een dagelijkse rust van minimaal 10 uur tussen twee wekelijkse rustperioden; de overige minimaal 11 uur. En rijdend personeel heeft recht op minstens 13 vrije weekeinden per half jaar (artikel 34).
Wat de CAO letterlijk zegt
Dit zijn de artikelen waarop de uitleg hierboven is gebaseerd, integraal uit de cao-tekst 2026. De rij- en rusttijden zelf komen uit Verordening (EG) 561/2006.
Art. 76 Arbeidstijdenbesluit Vervoer
- 1.CAO-partijen hebben met elkaar afspraken gemaakt met betrekking tot de implementatie van richtlijn 2002/15 (48-urige werkweek). In overleg met het ministerie van Infrastructuur en Milieu zal deze afspraak in het Arbeidstijdenbesluit Vervoer worden geïmplementeerd. CAO-partijen zijn overeenkomstig artikel 2.5:8 van het Arbeidstijdenbesluit Vervoer overeengekomen om de gemiddelde arbeidstijd te bezien over een periode van 26 achtereenvolgende weken.
- 2.Overeenkomstig de regeling vrijstelling nachtarbeid wegvervoer zijn CAO-partijen overeengekomen dat de volgende categorieën van vervoer zijn vrijgesteld van het bepaalde in artikel 2.5:4, tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer:
- a.vervoer van levende dieren;
- b.vervoer van ochtendkranten;
- c.vervoer van postzendingen en- pakketten;
- d.collectief binnenlands vervoer van bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten.
- 4.In afwijking van artikel 8 lid 4 jo. artikel 4 onder g van Verordening (EG) nr. 561/2006 krijgen werknemers, nadat zij zijn teruggekeerd op standplaats, recht op de volgende uren dagelijkse rust:
- a.Maximaal 3 x tussen 2 wekelijkse rustperioden;
- -een periode van rust van minimaal 10 uur
- b.De overige dagelijkse rusten tussen 2 wekelijkse rustperioden in:
- -een periode van rust van minimaal 11 uur
Art. 26a Loonberekening
- 1.a.De functielonen gelden voor 160 diensturen per periode van 4 weken, respectievelijk 173,92 diensturen per maand.
- 1.b.Het bepaalde onder a. laat onverlet dat uitbetaling aan de werknemer van minimaal 40 uur per week gegarandeerd is.
- 2.a.Alle diensturen worden uitbetaald onder aftrek van de pauzetijden conform de staffel welke is opgenomen in bijlage III en onder aftrek van de aaneengesloten rust, met als minimum de in de EG-Verordening 561/2006 voorgeschreven rusttijden (zie bijlage III). Bij boot- en treinuren gemaakt in een periode van 24 uur mag maximaal 11 uur aan aaneengesloten rust worden genoteerd met inachtneming van de staffel van de pauzetijden conform bijlage III.
- 2.b.De diensturen moeten door de werknemer worden geregistreerd op een door de werkgever te verstrekken urenverantwoordingsstaat. Een registratieplicht geldt eveneens voor de uren besteed aan rust, pauzes en de correcties.
- 2.c.De urenverantwoordingsstaat dient minimaal de navolgende gegevens te bevatten:
- -de datum
- -de begin- en eindtijd van de diensttijd en de dag totalen daarvan
- -de rusttijd
- -de pauzes
- -correcties
- -de naam en handtekening van de chauffeur
- 2.d.De werknemer ontvangt na controle door de werkgever een voor akkoord getekend exemplaar van de urenverantwoordingsstaat terug.
- 2.e.De werknemer dient binnen drie maanden na ontvangst van de urenverantwoordingsstaat als bedoeld onder 2.d schriftelijk aan de werkgever eventuele bezwaren kenbaar te maken. Wanneer de werknemer van dat recht geen gebruik maakt, geldt de urenverantwoordingsstaat vanaf dat moment als bewijs.
- 2.f.De werkgever dient de ingevulde urenverantwoordingsstaat gedurende tenminste een jaar na de datum waarop de invulling betrekking had, te bewaren.
- 2.g.Voor de controle van de urenverantwoordingsstaten dienen de daarbij behorende tachograafgegevens te worden overgelegd.
- 2.h.Bij het gebruik van elektronische tijdregistratiesystemen zijn werkgever en werknemer vrijgesteld van de verplichtingen zoals vermeld onder 2b t/m 2g. Na afloop van elke rit dient de werknemer de beschikking te krijgen over een ongeschoonde uitdraai van de in 2c. genoemde gegevens. De werkgever is tevens verplicht de werknemer éénmaal per betalingsperiode, elektronisch of op andere wijze, een geschoonde uitdraai van de boordcomputer te verstrekken waarop de gegevens staan vermeld overeenkomstig de in lid 2c. genoemde gegevens.
- 2.i.Indien de werknemer daarom verzoekt, verstrekt de werkgever een schriftelijke toelichting op de correcties van zijn diensturen
- 3.a.De werkgever kan de normale duur van de werkzaamheden normeren op basis van sociaal en economisch verantwoorde praktijkervaringen en de loonberekeningen daarop baseren. De werkgever dient daarvoor echter eerst de instemming van de werknemers- en werkgeversorganisaties na voorafgaand overleg met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging te verkrijgen.
- 3.b.Het bepaalde onder 3.a. is onverkort van kracht ingeval in de onderneming de diensturen worden bepaald met behulp van elektronische tijdregistratiesystemen.
- 3.c.Indien de omstandigheden die aan een normeringsregeling ten grondslag liggen zich wijzigen, dan dient de regeling opnieuw beoordeeld en zodanig aangepast te worden.
- 3.d.Een normeringsregeling ontheft de werknemer niet van de invulling en indiening van de urenverantwoordingsstaat.
- 3.e.In alle gevallen zal de normeringsregeling schriftelijk worden vastgelegd en binnen 2 weken na dagtekening, ter registratie worden gemeld bij het secretariaat van CAOpartijen, Postbus 3008, 2700 KS Zoetermeer.
- 4.a.Op werkzaamheden als rijden, laden, lossen en wachttijd kan, in geval van dubbele bemanning, normering plaatsvinden, met dien verstande dat de totale beloning van alle gemaakte diensturen tussen de 85% en de 100% bedraagt. Er is sprake van dubbele bemanning bij internationale ritten als een rit wordt verricht door tenminste 2 chauffeurs met gelijkwaardige werkzaamheden, zowel qua functie-inhoud als qua tijdsbesteding.
- 4.b.Om van bovenstaande regeling gebruik te kunnen maken, dienen de ondernemingen hun bestaande beloningsbeleid voor dubbelbemande ritten voor 1 mei 2006, bij CAOpartijen te hebben gemeld. Ondernemingen die hun bestaande beloningsbeleid voor de dubbelbemande ritten niet voor 1 mei 2006 hebben gemeld, worden geacht geen normering toe te passen.
- 4.c.Ondernemingen die na 1 mei 2006 een nieuw beloningsbeleid voor dubbelbemande ritten willen invoeren, dienen dat met de vakbonden overeen te komen. Daarbij dient het volgende in acht te worden genomen: ● de totale beloning van alle gemaakte diensturen zal uiterlijk na verloop van twee jaar 85% bedragen tenzij de onderneming een hogere beloning overeenkomt met vakbonden; ● er dient met de vakbonden overleg te worden gevoerd over een afbouwregeling voor het verschil tussen de oude en de nieuwe regeling voor het reeds in dienst zijnde personeel. Deze afbouwregeling komt na 2 jaar te vervallen; ● voor werknemers die op het moment van inwerkingtreding van de CAO 55 jaar en ouder zijn, blijft de oude regeling gehandhaafd en vindt er geen afbouw plaats; ● de nieuwe regeling dient te worden gemeld bij CAO-partijen.