Home › Onderwerpen › Uren & toeslagen
Urenmaximum per jaar en de 48-urige werkweek
Kan ik een maximum aantal uren per jaar afspreken? Chauffeur & kraan
Je kunt jaarlijks vóór het kalenderjaar een urenmaximum kiezen uit 3120, 2860, 2600, 2340 of 2080 uur. Werkgever en werknemer bepalen samen of dat kan. Wordt het maximum met meer dan 5% overschreden, dan krijg je 15% van de overschrijding als compensatie in tijd.
Artikel 26b geeft je de mogelijkheid om éénmaal per jaar, tijdig vóór het nieuwe kalenderjaar, een urenmaximum te kiezen: 3120, 2860, 2600, 2340 of 2080 uur op jaarbasis. Dat wordt teruggerekend naar een gemiddelde per 4 weken. Of de afspraak er komt, bepalen jij en je werkgever in overleg.
- Bij 2340 of 2080 uur wordt de loongarantie van 40 uur per week (artikel 26a lid 1b) omgezet naar 160 uur per 4 weken. Bij de hogere opties alleen op jouw verzoek.
- Meer dan 5% boven het afgesproken maximum? Dan krijg je 15% van de overschrijding als compensatie in tijd (lid 4).
- Op hoeveel en welke dagen je werkt, spreek je af conform de Wet flexibel werken (lid 5). De werkgever spant zich in voor wekelijkse venstertijden voor de aanvang van diensten (lid 6).
48-urige werkweek
Op grond van het Arbeidstijdenbesluit vervoer geldt een gemiddelde arbeidstijd van maximaal 48 uur per week; cao-partijen hebben afgesproken dat gemiddelde over 26 aaneengesloten weken te bekijken (artikel 76 lid 1).
Wat de CAO letterlijk zegt
Dit zijn de artikelen waarop de uitleg hierboven is gebaseerd, integraal uit de cao-tekst 2026.
Art. 26b Zeggenschap arbeidstijden/Flexibiliteit
- 1.De werknemer, die daartoe de wens te kennen geeft, krijgt de gelegenheid om een urenmaximum op kalenderjaarbasis te kiezen. Deze wens kan eenmalig per jaar worden aangegeven en dient tijdig voor de start van een kalenderjaar kenbaar te worden gemaakt. De werknemer heeft de keuze uit een aantal standaardopties van 3120, 2860, 2600, 2340 of 2080 uur op jaarbasis. Werkgever en werknemer bepalen in onderling overleg of er een afspraak kan worden gemaakt over het urenmaximum.
- 2.Het aangegeven maximum op jaarbasis wordt teruggerekend naar een urengemiddelde per 4 weken.
- 3.Indien werknemer en werkgever tot afspraken komen over een urenmaximum van 2340 of 2080 uur, wordt de loongarantie ingevolge artikel 26a lid 1b aangepast van 40 uur per week naar 160 uur per 4 weken. Bij de andere standaardopties van 3120, 2860 en 2600 uur kan dit alleen op verzoek van de werknemer worden overeengekomen. Indien er geen urenmaximum wordt afgesproken, blijft artikel 26a lid 1b onverminderd van kracht.
- 4.Indien het overeengekomen urenmaximum op jaarbasis met meer dan 5% wordt overschreden, dan verkrijgt werknemer een compensatie in tijd ter grootte van 15% van de overschrijding.
- 5.Op hoeveel en op welke dagen van de week er wordt gewerkt, wordt in overleg tussen werknemer en werkgever overeengekomen conform het bepaalde in artikel 2 van de wet Flexibel Werken.
- 6.De werkgever zal zich inspannen om te werken met wekelijkse venstertijden, voor de aanvangstijden van de diensten. Dit om wisselingen van de aanvang van de dienst door een week heen, te beperken en meer voorspelbaarheid in de werkweek aan te brengen.
- 7.Dit artikel wordt geëvalueerd gedurende de looptijd van deze CAO, en meegenomen in de door partijen op te richten werkgroep “Zeggenschap en Flexibiliteit”. Deze werkgroep zal zich buigen over het invoeren van meer zeggenschap in de arbeidstijden voor werknemers en de daarvoor benodigde flexibiliteit in de CAO.
Art. 76 Arbeidstijdenbesluit Vervoer
- 1.CAO-partijen hebben met elkaar afspraken gemaakt met betrekking tot de implementatie van richtlijn 2002/15 (48-urige werkweek). In overleg met het ministerie van Infrastructuur en Milieu zal deze afspraak in het Arbeidstijdenbesluit Vervoer worden geïmplementeerd. CAO-partijen zijn overeenkomstig artikel 2.5:8 van het Arbeidstijdenbesluit Vervoer overeengekomen om de gemiddelde arbeidstijd te bezien over een periode van 26 achtereenvolgende weken.
- 2.Overeenkomstig de regeling vrijstelling nachtarbeid wegvervoer zijn CAO-partijen overeengekomen dat de volgende categorieën van vervoer zijn vrijgesteld van het bepaalde in artikel 2.5:4, tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer:
- a.vervoer van levende dieren;
- b.vervoer van ochtendkranten;
- c.vervoer van postzendingen en- pakketten;
- d.collectief binnenlands vervoer van bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten.
- 4.In afwijking van artikel 8 lid 4 jo. artikel 4 onder g van Verordening (EG) nr. 561/2006 krijgen werknemers, nadat zij zijn teruggekeerd op standplaats, recht op de volgende uren dagelijkse rust:
- a.Maximaal 3 x tussen 2 wekelijkse rustperioden;
- -een periode van rust van minimaal 10 uur
- b.De overige dagelijkse rusten tussen 2 wekelijkse rustperioden in:
- -een periode van rust van minimaal 11 uur
Art. 26a Loonberekening
- 1.a.De functielonen gelden voor 160 diensturen per periode van 4 weken, respectievelijk 173,92 diensturen per maand.
- 1.b.Het bepaalde onder a. laat onverlet dat uitbetaling aan de werknemer van minimaal 40 uur per week gegarandeerd is.
- 2.a.Alle diensturen worden uitbetaald onder aftrek van de pauzetijden conform de staffel welke is opgenomen in bijlage III en onder aftrek van de aaneengesloten rust, met als minimum de in de EG-Verordening 561/2006 voorgeschreven rusttijden (zie bijlage III). Bij boot- en treinuren gemaakt in een periode van 24 uur mag maximaal 11 uur aan aaneengesloten rust worden genoteerd met inachtneming van de staffel van de pauzetijden conform bijlage III.
- 2.b.De diensturen moeten door de werknemer worden geregistreerd op een door de werkgever te verstrekken urenverantwoordingsstaat. Een registratieplicht geldt eveneens voor de uren besteed aan rust, pauzes en de correcties.
- 2.c.De urenverantwoordingsstaat dient minimaal de navolgende gegevens te bevatten:
- -de datum
- -de begin- en eindtijd van de diensttijd en de dag totalen daarvan
- -de rusttijd
- -de pauzes
- -correcties
- -de naam en handtekening van de chauffeur
- 2.d.De werknemer ontvangt na controle door de werkgever een voor akkoord getekend exemplaar van de urenverantwoordingsstaat terug.
- 2.e.De werknemer dient binnen drie maanden na ontvangst van de urenverantwoordingsstaat als bedoeld onder 2.d schriftelijk aan de werkgever eventuele bezwaren kenbaar te maken. Wanneer de werknemer van dat recht geen gebruik maakt, geldt de urenverantwoordingsstaat vanaf dat moment als bewijs.
- 2.f.De werkgever dient de ingevulde urenverantwoordingsstaat gedurende tenminste een jaar na de datum waarop de invulling betrekking had, te bewaren.
- 2.g.Voor de controle van de urenverantwoordingsstaten dienen de daarbij behorende tachograafgegevens te worden overgelegd.
- 2.h.Bij het gebruik van elektronische tijdregistratiesystemen zijn werkgever en werknemer vrijgesteld van de verplichtingen zoals vermeld onder 2b t/m 2g. Na afloop van elke rit dient de werknemer de beschikking te krijgen over een ongeschoonde uitdraai van de in 2c. genoemde gegevens. De werkgever is tevens verplicht de werknemer éénmaal per betalingsperiode, elektronisch of op andere wijze, een geschoonde uitdraai van de boordcomputer te verstrekken waarop de gegevens staan vermeld overeenkomstig de in lid 2c. genoemde gegevens.
- 2.i.Indien de werknemer daarom verzoekt, verstrekt de werkgever een schriftelijke toelichting op de correcties van zijn diensturen
- 3.a.De werkgever kan de normale duur van de werkzaamheden normeren op basis van sociaal en economisch verantwoorde praktijkervaringen en de loonberekeningen daarop baseren. De werkgever dient daarvoor echter eerst de instemming van de werknemers- en werkgeversorganisaties na voorafgaand overleg met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging te verkrijgen.
- 3.b.Het bepaalde onder 3.a. is onverkort van kracht ingeval in de onderneming de diensturen worden bepaald met behulp van elektronische tijdregistratiesystemen.
- 3.c.Indien de omstandigheden die aan een normeringsregeling ten grondslag liggen zich wijzigen, dan dient de regeling opnieuw beoordeeld en zodanig aangepast te worden.
- 3.d.Een normeringsregeling ontheft de werknemer niet van de invulling en indiening van de urenverantwoordingsstaat.
- 3.e.In alle gevallen zal de normeringsregeling schriftelijk worden vastgelegd en binnen 2 weken na dagtekening, ter registratie worden gemeld bij het secretariaat van CAOpartijen, Postbus 3008, 2700 KS Zoetermeer.
- 4.a.Op werkzaamheden als rijden, laden, lossen en wachttijd kan, in geval van dubbele bemanning, normering plaatsvinden, met dien verstande dat de totale beloning van alle gemaakte diensturen tussen de 85% en de 100% bedraagt. Er is sprake van dubbele bemanning bij internationale ritten als een rit wordt verricht door tenminste 2 chauffeurs met gelijkwaardige werkzaamheden, zowel qua functie-inhoud als qua tijdsbesteding.
- 4.b.Om van bovenstaande regeling gebruik te kunnen maken, dienen de ondernemingen hun bestaande beloningsbeleid voor dubbelbemande ritten voor 1 mei 2006, bij CAOpartijen te hebben gemeld. Ondernemingen die hun bestaande beloningsbeleid voor de dubbelbemande ritten niet voor 1 mei 2006 hebben gemeld, worden geacht geen normering toe te passen.
- 4.c.Ondernemingen die na 1 mei 2006 een nieuw beloningsbeleid voor dubbelbemande ritten willen invoeren, dienen dat met de vakbonden overeen te komen. Daarbij dient het volgende in acht te worden genomen: ● de totale beloning van alle gemaakte diensturen zal uiterlijk na verloop van twee jaar 85% bedragen tenzij de onderneming een hogere beloning overeenkomt met vakbonden; ● er dient met de vakbonden overleg te worden gevoerd over een afbouwregeling voor het verschil tussen de oude en de nieuwe regeling voor het reeds in dienst zijnde personeel. Deze afbouwregeling komt na 2 jaar te vervallen; ● voor werknemers die op het moment van inwerkingtreding van de CAO 55 jaar en ouder zijn, blijft de oude regeling gehandhaafd en vindt er geen afbouw plaats; ● de nieuwe regeling dient te worden gemeld bij CAO-partijen.