Home › Onderwerpen › Uren & toeslagen
Nachttoeslag: 19% tussen 21.00 en 05.00 uur
Krijg ik nachttoeslag en hoeveel is dat? Chauffeur
Kort antwoord
Bij ééndaagse ritten krijg je over de diensturen tussen 21.00 en 05.00 uur een toeslag van 19% op je uurloon, elke dag van de week. Deze toeslag komt bovenop een eventuele overurentoeslag.
Artikel 37 regelt de toeslag voor nachtelijke uren bij ééndaagse ritten (vertrek en aankomst binnen 24 uur): 19% op het uurloon over de diensturen tussen 21.00 en 05.00 uur, op maandag tot en met zondag. De werkgever mag een hoger percentage geven, niet lager.
- Nachttoeslag en overurentoeslag staan los van elkaar en kunnen tegelijk gelden (lid 3). Een overuur om 23.00 uur levert dus 130% + 19% op.
- Werk je in ploegendienst, dan krijg je alleen de ploegendiensttoeslag, niet daarbovenop de nachttoeslag (lid 2).
- Voor niet-rijdend personeel kan de werkgever dit artikel ook toepassen (lid 4). Het is dan geen recht, wel een mogelijkheid.
- Meerdaagse ritten vallen niet onder artikel 37; daar geldt de hogere verblijfkostenvergoeding voor de avond- en nachturen.
- 55 jaar of ouder? Dan kun je niet verplicht worden om in de nacht te werken (meer dan 1 uur tussen 00.00 en 06.00 uur). Geef dat aan het begin van het kalenderjaar aan (artikel 26c lid 2).
Voorbeeld. Dienst van 18.00 tot 03.00 uur (ééndaagse rit). Uren tussen 21.00 en 03.00 = 6 nachturen. Bij uurloon € 17,99: 6 × € 17,99 × 19% = € 20,51 nachttoeslag, bovenop het gewone loon voor die uren.
Wat de CAO letterlijk zegt
Dit zijn de artikelen waarop de uitleg hierboven is gebaseerd, integraal uit de cao-tekst 2026.
Art. 37 Toeslag nachtelijke uren
- 1.Voor ééndaagse ritten is voor de diensturen op maandag tot en met zondag gelegen tussen 21.00 – 05.00 uur een toeslag van toepassing van 19% op het uurloon. Van dit percentage mag in positieve zin, ten gunste van de werknemer, worden afgeweken.
- 2.Bij samenloop van dit artikel met de ploegendiensttoeslag in de zin van artikel 36 komt enkel de ploegendiensttoeslag tot uitkering.
- 3.De toeslagen op grond van dit artikel en eventuele toeslagen voor overuren, zijn los van elkaar staande toeslagen die gelijktijdig van toepassing kunnen zijn.
- 4.Dit artikel kan ook worden toegepast op diensturen van niet-rijdend personeel op de in lid 1 genoemde tijdstippen. Leden 2 en 3 zijn dan van overeenkomstige toepassing.
Art. 36 Ploegendiensttoeslag
- 1.Onder ploegendienst wordt verstaan het structureel verrichten van werkzaamheden in een rouleersysteem volgens een dienstrooster. Hierbij dient tenminste sprake te zijn van twee diensten per etmaal gedurende 5 dagen per week of 10 dagen per twee weken. Tussen de aanvangstijdstippen van twee diensten dienen tenminste 8 uren te liggen. Indien de werkgever besluit tot het instellen van een ploegendienst, zal het dienstrooster worden uitgevoerd door en in overleg met een tevoren aangezochte ploeg werknemers.
- 2.Indien de werknemer arbeid verricht in ploegendienst ontvangt hij een toeslag binnen de hierna genoemde bandbreedtes waarbinnen de werkgever het percentage kan vaststellen:
- -In een systeem van 2 ploegen met een vroege dienst die begint op of na 05.00 uur en een late dienst, niet zijnde een nachtdienst, die begint op of na 14.00 uur een toeslag van minimaal 8,75% en maximaal 10% van het voor hem geldende functieloon:
- -In een systeem van 2 ploegen met een dagdienst en een nachtdienst die begint op of na 22.00 uur dan wel eindigt na 02.00 uur een toeslag van minimaal 11,25% en maximaal 12,5% van het voor hem geldende functieloon;
- -In een systeem van 3 of meer ploegen een toeslag van minimaal 13,75% en maximaal 15% van het voor hem geldende functieloon.
- 3.Indien in een onderneming op 1 april 1979 een hogere toeslag werd betaald dan genoemd in lid 2 blijft die toeslag van toepassing.
- 4.Tijdens de looptijd van deze CAO onderzoeken partijen de marktconformiteit van de ploegentoeslag.
Art. 26c Duurzame inzetbaarheid
- 1.Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken in een ploegendienst. Werkgever en werknemer zullen in onderling overleg bepalen of hieraan uitvoering kan worden gegeven. De werknemer dient aan het begin van elk kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te maken van deze uitzonderingsregeling.
- 2.Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken in de nacht (meer dan 1 uur tussen 00.00 en 06.00 uur). Werkgever en werknemer zullen in onderling overleg bepalen of hieraan uitvoering kan worden gegeven. De werknemer dient aan het begin van elk kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te maken van deze uitzonderingsregeling. Bestaande afspraken gemaakt met werknemers die voorheen onder de CAO Goederenvervoer Nederland vielen, worden gerespecteerd.
- 3.Teneinde bij te dragen aan de duurzame inzetbaarheid van werknemers en die werknemers meer inzicht te geven daarin zal het Sectorinstituut Transport en Logistiek het gebruik van employability- en loopbaanscans en een vitaliteitsprogramma nader promoten. Werknemers kunnen 1x per 3 jaar gebruik maken van deze instrumenten.
Art. 76 Arbeidstijdenbesluit Vervoer
- 1.CAO-partijen hebben met elkaar afspraken gemaakt met betrekking tot de implementatie van richtlijn 2002/15 (48-urige werkweek). In overleg met het ministerie van Infrastructuur en Milieu zal deze afspraak in het Arbeidstijdenbesluit Vervoer worden geïmplementeerd. CAO-partijen zijn overeenkomstig artikel 2.5:8 van het Arbeidstijdenbesluit Vervoer overeengekomen om de gemiddelde arbeidstijd te bezien over een periode van 26 achtereenvolgende weken.
- 2.Overeenkomstig de regeling vrijstelling nachtarbeid wegvervoer zijn CAO-partijen overeengekomen dat de volgende categorieën van vervoer zijn vrijgesteld van het bepaalde in artikel 2.5:4, tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer:
- a.vervoer van levende dieren;
- b.vervoer van ochtendkranten;
- c.vervoer van postzendingen en- pakketten;
- d.collectief binnenlands vervoer van bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten.
- 4.In afwijking van artikel 8 lid 4 jo. artikel 4 onder g van Verordening (EG) nr. 561/2006 krijgen werknemers, nadat zij zijn teruggekeerd op standplaats, recht op de volgende uren dagelijkse rust:
- a.Maximaal 3 x tussen 2 wekelijkse rustperioden;
- -een periode van rust van minimaal 10 uur
- b.De overige dagelijkse rusten tussen 2 wekelijkse rustperioden in:
- -een periode van rust van minimaal 11 uur