CAOtjeCAO transport & kranen 2026

HomeOnderwerpen › Contract & regels

55 jaar en ouder: geen verplichte nacht, ploegen of overuren

Welke rechten heb ik als ik 55 jaar of ouder ben? Chauffeur & kraan

Kort antwoord

Vanaf 55 jaar kun je niet verplicht worden tot ploegendienst, nachtwerk (meer dan 1 uur tussen 00.00 en 06.00 uur) of overuren. Je moet dat wel elk jaar aan het begin van het kalenderjaar aangeven. Vanaf 50 jaar heb je recht op 4 weken aaneengesloten vakantie.

  • Ploegendienst: niet verplicht vanaf 55 jaar (artikel 26c lid 1).
  • Nachtwerk: niet verplicht vanaf 55 jaar; nachtwerk is hier meer dan 1 uur tussen 00.00 en 06.00 uur (artikel 26c lid 2).
  • Overuren: niet verplicht vanaf 55 jaar (artikel 28b). Onder de 55 mag je overwerk boven gemiddeld 50 uur per week weigeren (artikel 28a).

Voor alle drie geldt: je geeft het aan het begin van elk kalenderjaar aan, en werkgever en werknemer bepalen in overleg hoe eraan uitvoering wordt gegeven. Bestaande afspraken uit de oude CAO Goederenvervoer Nederland blijven gerespecteerd.

Andere leeftijdsregels

  • Vanaf 50 jaar: 4 weken aaneengesloten vakantie op verzoek (artikel 67a lid 7c) en meer vakantiedagen naar leeftijd (26 dagen bij 50–54, 27 bij 55–59, 28 vanaf 60).
  • Vanaf 55 jaar wordt een persoonlijke toeslag na herindeling in een lagere functie niet afgebouwd (artikel 23 lid 1c).
  • Vanaf 60 jaar: betaald verlof voor een pensioenvoorbereidingscursus, max. 1 week per jaar (artikel 65 lid 1o).
  • Employability- en loopbaanscans en een vitaliteitsprogramma via het Sectorinstituut, 1× per 3 jaar (artikel 26c lid 3).

Een regeling voor eerder stoppen met werken (RVU / zwaar werk) staat niet in deze CAO-tekst; cao-partijen onderzoeken wel een generatiepact (artikel 77). Vraag bij je werkgever of vakbond naar de actuele stand van zaken.

Wat de CAO letterlijk zegt

Dit zijn de artikelen waarop de uitleg hierboven is gebaseerd, integraal uit de cao-tekst 2026.

Art. 26c Duurzame inzetbaarheid
  1. 1.Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken in een ploegendienst. Werkgever en werknemer zullen in onderling overleg bepalen of hieraan uitvoering kan worden gegeven. De werknemer dient aan het begin van elk kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te maken van deze uitzonderingsregeling.
  2. 2.Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken in de nacht (meer dan 1 uur tussen 00.00 en 06.00 uur). Werkgever en werknemer zullen in onderling overleg bepalen of hieraan uitvoering kan worden gegeven. De werknemer dient aan het begin van elk kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te maken van deze uitzonderingsregeling. Bestaande afspraken gemaakt met werknemers die voorheen onder de CAO Goederenvervoer Nederland vielen, worden gerespecteerd.
  3. 3.Teneinde bij te dragen aan de duurzame inzetbaarheid van werknemers en die werknemers meer inzicht te geven daarin zal het Sectorinstituut Transport en Logistiek het gebruik van employability- en loopbaanscans en een vitaliteitsprogramma nader promoten. Werknemers kunnen 1x per 3 jaar gebruik maken van deze instrumenten.

Hoofdstuk VIII · Open artikel 26c apart

Art. 28b Verplichting overwerk oudere werknemers

Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het maken van overuren. De werknemer dient aan het begin van elk kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te maken van deze uitzonderingsregeling. Werkgever en werknemer zullen in onderling overleg bepalen of hieraan uitvoering kan worden gegeven. Bestaande afspraken gemaakt met werknemers die voorheen onder de CAO Goederenvervoer Nederland vielen, worden gerespecteerd.

Hoofdstuk IX · Open artikel 28b apart

Art. 23 Inschaling van functies
  1. 1.Plaatsing in een lager gewaardeerde functie.
  2. a.De werknemer die door omstandigheden, die niet te wijten zijn aan zijn schuld of opzet en anders dan op zijn eigen verzoek wordt belast met werkzaamheden, verbonden aan een lager gewaardeerde functie, zal na 13 weken in die lagere loonschaal worden geplaatst.
  3. b.Correctie van een te hoge inschaling die de indeling in een lagere loonschaal tot gevolg heeft zal ingaan één week nadat de werknemer schriftelijk op de hoogte is gesteld door zijn werkgever.
  4. c.Herindeling ingevolge lid a en b vindt plaats op het naast lagere bedrag in de nieuwe loonschaal. Het loonverschil dat ontstaat, wordt omgezet in een persoonlijke toeslag. Deze persoonlijke toeslag wordt afgebouwd met nog toe te kennen treden en/of initiële loonsverhogingen. De persoonlijke toeslag wordt ten minste met 25% per jaar afgebouwd. Voor herindelingen ingevolge lid a en b geldt dat voor de werknemer van 55 jaar en ouder de persoonlijke toeslag niet zal worden afgebouwd.
  5. 2.Plaatsing in een hoger gewaardeerde functie.
  6. a.De werknemer die als gevolg van verandering van werkzaamheden in een hogere loonschaal wordt geplaatst, zal vanaf de eerste volle week van de uitoefening van die hogere functie worden ingedeeld op het naast hogere bedrag in die loonschaal.
  7. b.Correctie van een te lage inschaling die een indeling in een hogere loonschaal tot gevolg heeft zal ingaan op het tijdstip van schriftelijke melding door de werknemer. Herindeling vindt plaats op het naast hogere bedrag in de nieuwe loonschaal.

Hoofdstuk VII · Open artikel 23 apart

Art. 67a Vakantie
  1. 1.Ten aanzien van de vakantie gelden -met inachtneming van de leden 2 tot en met 9 van dit artikel- de wettelijke bepalingen, geregeld in artikel 7:634 BW en verder.
  2. 2.Het vakantiejaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
  3. 3.De normale vakantie per jaar bedraagt:
  4. a.voor werknemers van 16 jaar en jonger28 dagen
  5. voor werknemers van 17 en 18 jaar26 dagen
  6. voor werknemers van 19 t/m 39 jaar24 dagen
  7. voor werknemers van 40 t/m 44 jaar24 dagen
  8. voor werknemers van 45 t/m 49 jaar25 dagen
  9. voor werknemers van 50 t/m 54 jaar26 dagen
  10. voor werknemers van 55 t/m 59 jaar27 dagen
  11. voor werknemers van 60 jaar en ouder28 dagen
  12. b.In afwijking van het gestelde onder a. bedraagt de vakantie per jaar:
voor werknemers met 10 dienstjaren25 dagen
voor werknemers met 15 dienstjaren26 dagen
voor werknemers met 20 dienstjaren27 dagen
voor werknemers met 25 dienstjaren28 dagen
voor werknemers met 30 dienstjaren29 dagen
  1. c.Het toekennen van vakantiedagen vindt plaats of op grond van de lengte van het dienstverband dan wel op grond van leeftijd; het hoogste aantal dagen prevaleert.
  2. d.De werknemer heeft recht op het onder a. respectievelijk b. van lid 3 genoemde aantal vakantiedagen, indien hij op 1 juli de daarbij genoemde leeftijd heeft bereikt, respectievelijk het daarbij genoemde aantal dienstjaren zonder onderbreking in de onderneming heeft vervuld. Als onderbreking wordt niet beschouwd enige vorm van verlof of afwezigheid met instandhouding van de arbeidsovereenkomst.
  3. 4.Werknemer heeft de mogelijkheid om per kalenderjaar 4 bovenwettelijke vakantiedagen aan te kopen of te verkopen. De waarde van een vakantiedag wordt bepaald overeenkomstig het bepaalde in lid 10 van dit artikel.
  4. 5.De werknemer heeft geen aanspraak op vakantie over de tijd, gedurende welke hij wegens het niet verrichten van de bedongen arbeid geen aanspraak op in geld vastgesteld loon heeft, tenzij uit artikel 7:635 BW anders voortvloeit.
  5. 6.De totale aanspraak op vakantie wordt bij het einde van het vakantiejaar, of bij het einde van de dienstbetrekking naar boven afgerond op halve dagen indien het dienstverband van de werknemer tenminste 2 maanden onafgebroken heeft geduurd.
  6. 7.a.De werkgever bevordert, dat de werknemer zijn vakantiedagen in het lopende vakantiejaar opneemt. Daartoe zal de werkgever tijdig in overleg met de werknemers jaarlijks een goede vakantieplanning maken.
  7. 7.b.Desgewenst geniet de werknemer -voor zover de aanspraak in het betreffende vakantiejaar toereikend zal zijn- drie weken aaneengesloten vakantie.
  8. 7.c.De werknemer ouder dan 50 jaar geniet desgewenst – voor zover de aanspraak in het betreffende vakantiejaar toereikend zal zijn - 4 weken aaneengesloten vakantie in een door werkgever na overleg met de werknemer te bepalen periode.
  9. 7.d.De werkgever stelt de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie vast na overleg met de werknemer, waarbij de aanvang van de aaneengesloten vakantie zoveel mogelijk zal zijn gelegen in de periode van 1 mei tot en met 30 september.
  10. 7.e.De werkgever mag niet bepalen, dat oponthoud tijdens een meerdaagse buitenlandse rit als vakantie zal worden aangemerkt, tenzij met de werknemer op diens verzoek anders is overeengekomen.
  11. 7.f.De werkgever heeft de bevoegdheid jaarlijks drie verplichte snipperdagen aan te wijzen. Deze snipperdagen moeten direct voorafgaan aan of volgen op een der in artikel 32 genoemde feestdagen. Indien de werkgever van deze mogelijkheid gebruik maakt dient dat tenminste twee maanden van tevoren schriftelijk bekend gemaakt te worden.
  12. 8.Vakantiedagen worden aan het begin van het kalenderjaar toegekend. De feitelijke opbouw vindt per betalingsperiode plaats. In geval van een negatief saldo aan vakantiedagen bij einde dienstverband, zullen deze bij de eindafrekening worden verrekend.
  13. 9.De waarde van elke wettelijke en bovenwettelijke vakantiedag waarop de werknemer, bij beëindiging van het dienstverband aanspraak heeft en die niet alsnog wordt genoten, is gelijk aan de waarde op grond van lid 10 van dit artikel.
  14. 10.Met ingang van 1 januari 2026 bestaat de waarde van de 20 wettelijke vakantiedagen en van de bovenwettelijke vakantiedagen, uit de volgende onderdelen (*):
  15. a)Het functieloon van 1 dag vermeerderd met de persoonlijke toeslag en de ploegentoeslag;
  16. b)Het gemiddelde bedrag dat in het voorafgaande kalenderjaar per gewerkte dag is ontvangen aan vergoeding van de toeslagen voor de zaterdag- en zondaguren (art. 33), de toeslag voor nachtelijke uren (art. 37) de vuilwerktoeslag (art. 38A), de koudetoeslag (art. 38B), de consignatievergoeding (art. 42), de reisuren voor de werknemers op mobiele kranen (art. 47) en de onregelmatigheidstoeslag (art. 4 Bijlage VII).
  17. c)Het gemiddelde bedrag dat in het voorafgaande kalenderjaar per gewerkte dag is ontvangen aan vergoeding van overuren, zaterdag- en zondaguren, voor zover deze de individueel overeengekomen arbeidstijd per week overschrijden.
  18. d)Indien de in 10 lid b) en lid c) voorgeschreven referentieperiode van het voorafgaande kalender jaar niet passend is, wordt er een passende referentieperiode gekozen.
  19. e)Indien de werknemer in het lopende kalenderjaar in dienst is getreden is het voorafgaande kalenderjaar niet passend. De passende referentieperiode is dan de periode dat de werknemer in dienst is geweest in het lopende kalenderjaar tot de eerste vakantiedag. Deze waarde wordt de rest van het kalenderjaar gehanteerd. De werknemer kan om een nacalculatie vragen aan het einde van het kalenderjaar. (*) Partijen bij de CAO spreken de intentie uit toekomstige ontwikkelingen in de rechtspraak te monitoren en nieuwe maatstaven te codificeren in volgende versies van deze CAO.
  20. 11.a.De werkgever is verplicht aantekening te houden van de door de werknemer opgenomen, respectievelijk aan hem uitbetaalde vakantiedagen/-uren.
  21. 11.b.Mutaties ten aanzien van het (resterend) aantal vakantiedagen/-uren dienen op de salarisspecificatie te worden vermeld.
  22. 11.c.De werkgever verstrekt bij het einde van de dienstbetrekking aan de werknemer een verklaring waaruit het aantal bij de beëindiging uitbetaalde vakantiedagen/-uren blijkt.

Hoofdstuk XVII · Open artikel 67a apart

Art. 65 Bijzonder verlof
  1. 1.Indien de werknemer op een of meer dag(en) of gedeeltes van de dag de overeengekomen werkzaamheden waartoe hij gehouden is niet kan verrichten, vanwege een van de navolgende gebeurtenissen die op de betreffende dag(en) en/of gedeelte van die dag plaatsvinden, wordt aan hem bijzonder verlof toegestaan:
  2. a.bij een melding van een voorgenomen huwelijk van de werknemer 1 dag
  3. b.bij huwelijk/geregistreerd partnerschap
  4. -van de werknemer2 dagen
  5. -van een kind, broer, zuster, zwager, schoonzuster of een der ouders of schoonouders van de werknemer1 dag
  6. c.bij bevalling van de echtgenote/geregistreerde partner, of degene van wie de werknemer het kind erkent; éénmaal de individueel overeengekomen wekelijkse arbeidsduur
  7. -conform de wettelijke regeling geldt voor vrouwen een zwangerschaps- en bevallingsverlof van16 weken
  8. d.bij overlijden
  9. -van de echtgeno(o)t(e) of een inwonend tot het gezin behorend eigen-, stief- of pleegkind van de werknemer, te rekenen vanaf de dag van het overlijden4 dagen
  10. -van een der ouders, schoonouders, pleegouders of niet-inwonende kinderen van de werknemer2 dagen
  11. -van een broer, zuster, zwager, schoonzuster, een der grootouders van de werknemer of diens echtgeno(o)t(e) of een kleinkind van de werknemer1 dag
  12. e.bij priesterwijding van een kind of broer van de werknemer1 dag
  13. f.bij een eeuwige kloostergelofte van een kind, broer of zuster van de werknemer1 dag
  14. g.bij een 25- of 40-jarig huwelijk van de werknemer bij een 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijk van de1 dag
  15. ouders of schoonouders van de werknemer1 dag
  16. h.bij verhuizing
  17. -anders dan in geval van overplaatsing aan hen, die een eigen huishouding hebben, maximaal per kalenderjaar2 dagen
  18. -in geval van overplaatsing dient dit verzuim in onderling overleg geregeld te worden.
  19. i.na opzegging van de dienstbetrekking door de werkge-
  20. ver, voor het zoeken van een nieuwe werkgever, indien de werknemer tenminste gedurende 6 weken onmiddellijk aan de datum van opzegging voorafgaand, onafgebroken in dienst bij de werkgever is geweest, ten hoogste1 dag
  21. j.bij vervulling van een van overheidswege, zonder geldelijke vergoeding, opgelegde persoonlijke verplichting waarvan de vervulling niet in zijn vrije tijd kan plaatsvinden, de werkelijk benodigde tijd tot ten hoogste12 uur
  22. k.voor het afleggen van een vakexamen, waaronder wordt verstaan een als zodanig door de werkgever aangemerkt examen, de daarvoor benodigde tijd.
  23. l.voor het consulteren van een huisarts, tandarts, specialist of andere geneeskundigen en het laten verrichten van medische controles en onderzoeken, de daarvoor benodigde tijd; daarbij dient de werknemer zich ervoor in te spannen, dat vorenbedoelde afspraken op zodanige tijdstippen vallen, dat de uitoefening van de functie daardoor zo weinig mogelijk wordt belemmerd.
  24. m.de uitoefening van het kiesrecht.
  25. n.voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van een werknemersorganisatie. Het hoofdbestuur van een werknemersorganisatie kan per kalenderjaar bij een werkgever voor elk tiental bij deze werkgever in dienst zijnde leden, dat bij haar is aangesloten en waarop deze overeenkomst van toepassing is, een dag zogenaamd organisatieverlof aanvragen om die leden met genoemde werkzaamheden te belasten. Het aantal leden wordt per werknemersorganisatie naar boven afgerond op tientallen, met dien verstande dat een werknemersorganisatie geen recht op organisatieverlof kan doen gelden wanneer zij bij een werkgever, waarop deze overeenkomst van toepassing is, minder dan tien leden telt. Per aangewezen werknemer kunnen niet meer dan twintig dagen organisatieverlof per kalenderjaar worden genoten. In geval de vakbondswerkzaamheden op een zaterdag plaatsvinden, krijgt de werknemer hiervoor 10 uren a 100% vergoed. Werkgevers kunnen voor het vergoeden van vakbondsverlof een vergoeding aanvragen bij SOOB.
  26. o.Voor het deelnemen aan een vormingscursus ter voorbereiding op het pensioen voor de werknemer van 60 jaar en ouder, gedurende de tijd dat de cursus duurt met een maximum van een week en maximaal éénmaal per jaar.
  27. 2.De werknemer krijgt een vrije dag met behoud van loon toegekend in geval van zijn 25-, 40- of 50-jarig dienstjubileum. Deze vrije dag is extra en kan worden opgenomen in overleg tussen werkgever en werknemer.

Hoofdstuk XVI · Open artikel 65 apart

Art. 77 Afspraken tussen CAO-partijen
  1. 1.Partijen onderzoeken verder in welke scenario’s een generatie-pact regeling haalbaar is.
  2. 2.Partijen stellen een paritaire werkgroep in die in opdracht van CAO-partijen de huidige CAO-tekst zal herschrijven en herindelen naar een actuelere en beter leesbare versie dan wel een toelichtende tekst zal schrijven op de bestaande CAOtekst.
  3. 3.Partijen stellen een paritaire werkgroep “mantelzorg” in die in opdracht van CAOpartijen de mogelijkheden hiertoe zal verkennen.
  4. 4.Partijen zetten zich samen in voor de lobby om een gelijk speelveld te creëren, door middel van verlaging van de vergunningsgrens in de Wet Wegvervoer Goederen naar 0 kg.
  5. 5.Partijen zetten zicht samen in voor de lobby dat werken beter moet lonen.

Hoofdstuk XIX · Open artikel 77 apart