Home › Onderwerpen › Uren & toeslagen
Tijd-voor-tijd: uren boven 220 per 4 weken
Hoe werkt de tijd-voor-tijd-regeling? Chauffeur & kraan
Diensturen op ma–vr boven de 220 uur per vier weken (bij dubbele bemanning 240) moeten in vrije tijd worden vergoed. Elk uur erboven is één uur vrij. Worden ze toch uitbetaald, dan tegen 130%.
De CAO kent een verplichte tijd-voor-tijd-regeling (artikel 30) en een vrijwillige variant (artikel 31).
Verplicht (artikel 30)
- Grens: 220 diensturen op ma–vr per betalingsperiode van 4 weken. De werkgever mag 230 kiezen (maar dat maar één keer per CAO-looptijd wijzigen). Dubbelbemand: 240 uur.
- Elk uur boven de grens = 1 uur vrije tijd. Opnemen gebeurt binnen 12 weken, liefst in blokken van minimaal 3 dagen.
- Worden tvt-uren tóch uitbetaald (na overleg), dan tegen 130% van het uurloon.
- Voor een vrije tvt-dag worden 11 uur (bij grens 220), 11,5 uur (230) of 12 uur (240) van je saldo afgeboekt én vergoed, tenzij je zelf om 8 uur per dag vraagt.
- Je werkgever moet elke periode op of bij de loonstrook je tvt-saldo tonen (lid 11).
Vrijwillig (artikel 31)
Een werkgever kan met de OR/PVT of met jou een lagere grens afspreken, maar nooit lager dan 160 uur per 4 weken. Elk gespaard uur tussen 160 en de verplichte grens geeft recht op 1,3 uur vrij (of 1 uur vrij + 30% toeslag). Zaterdaguren die je in deze regeling stopt: 1,5 uur vrij (of 1 uur + 50%). Zo'n regeling moet schriftelijk zijn vastgelegd én gemeld bij cao-partijen, anders geldt hij niet.
Een negatief tvt-saldo is niet toegestaan: eerst opbouwen, dan opnemen (artikel 31 lid 4).
Wat de CAO letterlijk zegt
Dit zijn de artikelen waarop de uitleg hierboven is gebaseerd, integraal uit de cao-tekst 2026.
Art. 30 Verplichte tijd-voor-tijd-regeling
- 1.Diensturen die op maandag t/m vrijdag worden verricht en de 220 uur per betalingsperiode van vier weken te boven gaan, dienen te worden vergoed in vrije tijd.
- 2.De werkgever, die in afwijking van lid 1 een tijd-voor-tijdgrens van 230 uur wenst te hanteren, is daartoe gerechtigd. Gedurende de looptijd van de CAO is slechts éénmaal een wijziging van de tijd-voor-tijdgrens toegestaan.
- 3.Voor rijdend personeel in dubbelbemande voertuigen geldt, in afwijking van de leden 1 en 2, een tijd-voor-tijdgrens van 240 uur per 4 weken.
- 4.Bij afwisselend vervoer op enkel- en dubbelbemande voertuigen geldt een te berekenen norm tussen 220 en 240 uur respectievelijk 230 en 240 uur per 4 weken.
- 5.a.Elk dienstuur boven de van toepassing zijnde tijd-voor-tijdgrens geeft recht op één uur vrije tijd.
- 5.b.In afwijking van de leden 1 en 5a kan op verzoek van de werknemer en/of werkgever overleg worden gevoerd over de wijze waarop tijd-voor-tijduren worden vergoed. Werknemers kunnen zich daarbij laten vertegenwoordigen door de contracterende partijen aan werknemerszijde. Indien tijd-voor-tijd-uren worden uitbetaald dient dit te gebeuren tegen 130% van het uurloon.
- 6.a.De vergoeding in tijd vindt plaats binnen 12 weken na de betalingsperiode, waarin de meerdere uren zijn ontstaan. Hiervan kan slechts in bijzondere gevallen worden afgeweken. De vergoeding in geld dient plaats te vinden uiterlijk in de betalingsperiode volgend op de betalingsperiode waarin de meerdere uren zijn ontstaan.
- 6.b.Ter voorkoming van seizoensmatige werkloosheid van de werknemer kan de in lid 6a genoemde grens worden overschreden.
- 7.De vergoeding in tijd wordt zoveel mogelijk in blokken van tenminste 3 dagen gegeven.
- 8.Voor iedere vrije dag krachtens deze regeling wordt:
- -bij een tijd-voor-tijdgrens van 220 uur 11 x het uurloon vergoed
- -bij een tijd-voor-tijdgrens van 230 uur 11,5 x het uurloon vergoed
- -bij een tijd-voor-tijdgrens van 240 uur 12 x het uurloon vergoed onder gelijktijdige vermindering van het aantal opgespaarde uren met respectievelijk 11, 11,5 of 12 uur, tenzij de werknemer verzoekt om een regeling, waarbij 8 uur per vrije dag wordt vergoed.
- 9.Op een dag waarop krachtens een dienstrooster-, dienst- of werktijdregeling niet wordt gewerkt kan geen vrijaf worden gegeven in kader van de tijd-voor-tijd-regeling.
- 10.De werkgever en de werknemer dienen tijdig te overleggen over de periode, waarin de opgespaarde uren worden opgenomen.
- 11.De werkgever dient per betalingsperiode bij of op de loonspecificatie een overzicht te geven van het totaal aantal opgespaarde uren onder gelijktijdige vermindering van de opgenomen uren in de voorafgaande betalingsperiode.
Art. 31 Vrijwillige tijd-voor-tijd-regeling.
- 1.De werkgever kan in overleg met de OR/personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan met de individuele werknemer(s) een vrijwillige tijd-voor-tijd-regeling op een lagere grens vaststellen dan de grens, genoemd in art. 30 leden 1 en 3, doch nimmer lager dan 160 uur per betalingsperiode van 4 weken. Ook diensturen gemaakt op zaterdag kunnen in de vrijwillige tijd-voor-tijd regeling worden betrokken.
- 2.De leden 6,7, 9 en 11 van artikel 30 zijn van overeenkomstige toepassing.
- 3.Behoudens de zaterdaguren geeft elk dienstuur dat wordt opgespaard in het kader van de vrijwillige tijd-voor-tijd-regeling tussen 160 uur en de grens op grond van artikel 30 leden 1 en 3, recht op 1,3 uur vrije tijd of 1 uur vrije tijd en een toeslag van 30% van het uurloon. De zaterdaguren die worden opgespaard in het kader van de vrijwillige tijd-voor-tijd-regeling geven recht op 1,5 uur vrije tijd of 1 uur vrije tijd en een toeslag van 50% op het functie-uurloon.
- 4.De tijd-voor-tijd uren dienen allereerst te worden opgebouwd alvorens ze kunnen worden opgenomen. Een negatief saldo aan tijd-voor-tijd uren is derhalve niet toegestaan.
- 5.In de vrijwillige tijd-voor-tijd regeling dient een maximaal aantal op te bouwen uren te worden opgenomen.
- 6.De opname van tijd-voor-tijd uren moet vooraf worden aangekondigd.
- 7.De door werkgever en OR/personeelsvertegenwoordiging dan wel individuele werknemers ondertekende vrijwillige tijd-voor-tijd regeling wordt schriftelijk vastgelegd en éénmalig gemeld aan het secretariaat van CAO-partijen, Postbus 3008, 2700 KS Zoetermeer. Indien de regeling wordt opgezegd of gewijzigd dan dient dit ook te worden gemeld aan het secretariaat van cao-partijen. Regelingen die niet zijn ondertekend of niet zijn aangemeld of in strijd zijn met de hierboven genoemde randvoorwaarden, worden geacht niet te zijn overeengekomen.