Home › Onderwerpen › Contract & regels
Uitzendkrachten, payroll en buitenlandse inleen
Gelden de cao-regels ook voor uitzendkrachten en ingeleende chauffeurs? Chauffeur & kraan
Werkgevers mogen alleen SNA-gecertificeerde uitzend- en payrollbedrijven inschakelen en moeten bedingen dat uitzendkrachten dezelfde basisarbeidsvoorwaarden krijgen als eigen personeel in dezelfde functie. Dat geldt ook bij inleen uit het buitenland en bij charters.
- Uitzend en payroll (artikel 9): alleen NEN 4400-gecertificeerde bureaus die in het SNA-register staan. De werkgever moet met het bureau afspreken dat de uitzendkracht de basisarbeidsvoorwaarden krijgt van vergelijkbare eigen werknemers.
- Buitenlandse inleen (artikel 9a): buitenlandse bedrijven die tijdelijk personeel ter beschikking stellen, moeten de basisarbeidsvoorwaarden en de overige AVV-bepalingen toepassen; bij detachering langer dan 12 maanden gelden extra regels (artikel 2a Wet AVV).
- Charters (artikel 73): ook bij onderaanneming met zelfstandige ondernemers moet de werkgever bedingen dat hun werknemers de basisarbeidsvoorwaarden krijgen wanneer de detacheringsrichtlijn dat vereist.
Basisarbeidsvoorwaarden zijn volgens artikel 3 lid 17: de artikelen 19, 20, 21, 23, 25, 26a, 27, 29, 33, 34, 36, 37, 40, 41, 42, 64, 65, 67a, 68 en 69 — kort gezegd inschaling, loon, overuren, weekend- en nachttoeslag, verblijfkosten, verlof, vakantie, ATV en vakantiebijslag.
Wat de CAO letterlijk zegt
Dit zijn de artikelen waarop de uitleg hierboven is gebaseerd, integraal uit de cao-tekst 2026.
Art. 9 Uitzendkrachten
- 1.Bij de inleen van arbeidskrachten van in Nederland en/of in het buitenland gevestigde uitzendbureaus of payroll-bedrijven, mag alleen gebruik worden gemaakt van NEN 4400/1 en/of 4400/2 gecertificeerde uitzendbureaus of payroll-bedrijven die ingeschreven zijn in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA). De werkgever is gehouden op schriftelijk verzoek van een werknemersorganisatie aan te geven van welk(e) uitzendbureau(s) of payroll-bedrij(f)ven gebruik wordt (worden) gemaakt.
- 2.De werkgever is gehouden in overeenkomsten met de in Nederland en/of het buitenland gevestigde uitzendbureaus of payroll-bedrijven te bedingen dat de aan de werkgever ter beschikking gestelde arbeidskrachten de basisarbeidsvoorwaarden worden toegekend gelijk aan die van de werknemers, werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de werkgever.
Art. 9a Inleenkrachten
1 De in het buitenland gevestigde bedrijven die tijdelijk arbeidskrachten ter beschikking stellen aan de werkgever zijn ingevolge de detacheringsrichtlijn aan deze arbeidskrachten de basisarbeidsvoorwaarden en de overige uit artikel 2a lid 1 wet
AVV voortvloeiende van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden verschuldigd die worden toegekend aan werknemers, werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de werkgever. Indien er geen sprake is van een algemeen verbindend verklaarde CAO dan gelden de wettelijke minimum bepalingen.
2 De werkgever is gehouden in de overeenkomst met de in het buitenland gevestigde onderneming te bedingen dat de aan de werkgever ter beschikking gestelde arbeidskrachten de basisarbeidsvoorwaarden worden toegekend. Indien er geen sprake is van een algemeen verbindend verklaarde CAO dan gelden de wettelijke minimum bepalingen.
- 3.De werkgever is gehouden de in lid 1 en 2 van dit artikel genoemde arbeidskrachten te informeren over de op hen van toepassing zijnde basisarbeidsvoorwaarden.
- 4.Lid 1, 2 en 3 van dit artikel zijn niet van toepassing in geval arbeidskrachten worden ingeleend van in Nederland gevestigde bedrijven die rechtstreeks onder de werkingssfeer van deze cao vallen. Op hen is immers de gehele CAO van toepassing.
- 5.Op detacheringen die langer dan 12 maanden duren, is artikel 2a, leden 4, 5 en 6 van de Wet AVV van toepassing.
Art. 73 Charterbepaling
- 1.De werkgever is gehouden in overeenkomsten van onderaanneming, die in of vanuit de in Nederland gevestigde onderneming van werkgever worden uitgevoerd, met zelfstandige ondernemers, die als werkgever optreden, te bedingen dat aan diens werknemers de basisarbeidsvoorwaarden van deze cao zullen worden toegekend, wanneer dat voortvloeit uit de detacheringsrichtlijn, ook indien gekozen is voor het recht van een ander land dan Nederland.
- 2.De werkgever is gehouden de in lid 1 van dit artikel genoemde werknemers te informeren over de op hen van toepassing zijnde basisarbeidsvoorwaarden.
- 3.Lid 1 en 2 van dit artikel zijn niet van toepassing in geval de in lid 1 van dit artikel genoemde arbeidskrachten rechtstreeks onder de werkingssfeer van deze cao vallen. Op hen is immers de gehele CAO van toepassing.
Art. 3 Definities
In deze overeenkomst (verder te noemen “de CAO”)¹ wordt verstaan onder:
- 1.werkgever: iedere natuurlijke- of rechtspersoon, wiens onderneming valt onder de werkingssfeer van deze overeenkomst;
- 2.werknemer: ieder, die door een werkgever in dienst is genomen voor een bepaalde of onbepaalde tijd van 5 achtereenvolgende werkdagen of langer en die zijn werkzaamheden voor de werkgever gewoonlijk verricht in of vanuit de in Nederland gevestigde onderneming. Onder werknemer wordt niet begrepen de statutaire bestuurder van een rechtspersoon tenzij deze in hoofdzaak werkzaamheden verricht welke behoren tot de functie van chauffeurs of van machinisten mobiele kranen.
- 3.a.oproepkracht: ieder, die door de werkgever incidenteel in dienst is genomen voor korter dan 5 achtereenvolgende dagen.
3 b. deeltijdwerknemer: iedere werknemer met wie is overeengekomen, dat slechts een gedeelte van het normale aantal geldende arbeidsuren, als bedoeld in artikel 26a, lid 1 onder a, arbeid wordt verricht.
- 4.werkgeversorganisatie: Transport en Logistiek Nederland of Vereniging Verticaal Transport
- 5.werknemersorganisatie : CNV, FNV, of De Unie
- 6.logistieke dienstverlening: dat deel van het “supply chain proces”, inclusief de front- en backoffice functies, dat zorgdraagt voor de planning, implementatie, productie en controle van een efficiënte stroom van opslag en bewerking van goederen, diensten en gerelateerde informatie van het punt van oorsprong naar het punt van consumptie ten einde tegemoet te komen aan de behoeften van de klant.
- 7.standplaats: het terrein waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid uitoefent of het terrein waar de garage der onderneming is gelegen, dan wel waar deze zijn vervoermiddelen stalt of behoort te stallen;
- 8.loonschaal: tabel waarin het loon, behorend bij de desbetreffende functie is vastgelegd;
- 9.brutoloon: het loon per vier weken dan wel per maand, verhoogd met de persoonlijke toeslagen als bedoeld in artikel 23;
- 10.functieloon: het loon, behorend bij de trede van de loonschaal, die op de betreffende werknemer van toepassing is;
- 11.week: de dagen van maandag tot en met zondag;
- 12.werkdag: iedere dag van de week met uitzondering van zondagen, algemeen erkende christelijke en nationale feestdagen; __________________
¹) Overal waar in deze cao hij, hem of zijn wordt vermeld, dient ook zij of haar te worden gelezen
- 13.vrije dag: een vrije dag die wordt genoten ingevolge artikel 30, artikel 31, artikel 32, artikel 64, artikel 65, artikel 67a en artikel 68 betekent dat men na een rustpauze van 8 uur tenminste 24 uur aaneengesloten vrij is.
- 14.roostervrije dagen: die dagen, gedurende welke op grond van het dienstrooster geen werkzaamheden hoeven te worden verricht.
- 15.dienstrooster: het op een tijdvak van een of meer weken betrekking hebbende schema, waarop wordt aangegeven in welke diensten en op welke dagen en uren de werknemer zijn functie dient te vervullen dan wel roostervrije tijd wordt genoten.
- 16.echtgenoot: hij of zij met wie de werknemer is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan dan wel met wie hij of zij blijkens een bij de werkgever gedeponeerd samenlevingscontract een duurzaam samenlevingsverband vormt.
- 17.basisarbeidsvoorwaarden: de artikelen 19, 20, 21, 23, 25, 26a, 27, 29, 33, 34, 36, 37, 40, 41, 42, 64, 65, 67a, 68 en 69 van deze cao.
- 18.bedrijfsongeval: Een ongeval dat door of tijdens de uitoefening van betaalde arbeid plaatsvindt, met uitzondering van een ongeval dat plaatsvindt onderweg van of naar het werk of dat is veroorzaakt door schuld of toedoen van de werknemer.
- 19.stagiair: Iemand, niet zijnde de BBL-leerling als omschreven in artikel 11 van deze cao, die als onderdeel van een erkende opleiding, op basis van een met de werkgever en het opleidingsinstituut afgesloten stagecontract, ervaring komt opdoen op de werkvloer.
- 20.leerling: De BBL-leerling overeenkomstig artikel 11 van deze cao.