CAOtjeCAO transport & kranen 2026

HomeOnderwerpen › Contract & regels

Val ik onder deze CAO?

Geldt de CAO Beroepsgoederenvervoer voor mij? Chauffeur & kraan

Kort antwoord

Ja als je werkt bij een Nederlands bedrijf dat vergunningplichtig goederenvervoer over de weg verricht of mobiele kranen verhuurt. Uitzondering: bedrijven met een eigen gelijkwaardige cao waarvan de hoofdactiviteit iets anders is (minder dan 20% van de omzet uit vervoer of kraanverhuur).

De CAO geldt voor (artikel 2 lid 1):

  • alle werkgevers en werknemers van in Nederland gevestigde ondernemingen die vergunningplichtig vervoer volgens de Wet wegvervoer goederen verrichten, of tegen vergoeding goederen over de weg vervoeren;
  • werkgevers en werknemers in het kraanverhuurbedrijf: bedrijven die mobiele kranen verhuren.

Niet van toepassing op bedrijven met een eigen (bedrijfstak)cao of vastgelegd arbeidsvoorwaardenpakket van minimaal gelijk niveau, als hun hoofdactiviteit iets anders is dan vervoer, logistiek of kraanverhuur – dat is zo als in de regel niet meer dan 20% van de omzet daaruit komt. Ook uitgezonderd: bouwbedrijven die daarnaast mobiele kranen exploiteren (lid 2).

Standaardkarakter

De bepalingen hebben een standaardkarakter (artikel 1): afwijken mag niet, ook niet in je voordeel, tenzij het artikel dat zelf toestaat ("de werkgever kan in positieve zin afwijken"). Werkgevers kunnen dispensatie aanvragen bij cao-partijen (artikel 74).

Looptijd

1 januari 2026 tot 1 januari 2027 (artikel 82). Zonder opzegging wordt de CAO stilzwijgend met een jaar verlengd (artikel 81). Voor logistieke dienstverlening gelden aanvullende regels in Bijlage VII.

Werknemer ben je als je voor 5 aaneengesloten werkdagen of langer in dienst bent (artikel 3 lid 2). Korter en incidenteel: oproepkracht.

Wat de CAO letterlijk zegt

Dit zijn de artikelen waarop de uitleg hierboven is gebaseerd, integraal uit de cao-tekst 2026.

Art. 1 Karakter

De bepalingen in deze CAO hebben een standaardkarakter, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven.

Hoofdstuk I · Open artikel 1 apart

Art. 2 Werkingssfeer
  1. 1.Deze overeenkomst is van toepassing op:
  2. a.Alle werkgevers en werknemers van in Nederland gevestigde ondernemingen die vergunningplichtig vervoer krachtens de Wet wegvervoer goederen (hierna Wwg), zoals deze laatstelijk is gepubliceerd op 20 december 2016 (staatsblad 518), verrichten, en/of die tegen vergoeding geheel of ten dele vervoer verrichten anders dan van personen, over de weg of over andere dan voor het openbaar verkeer openstaande wegen.
  3. b.Werkgevers en werknemers in het kraanverhuurbedrijf, waaronder wordt verstaan alle in Nederland werkzame ondernemingen, waarin het bedrijf wordt uitgeoefend van het verhuren van mobiele kranen.
  4. 2.a.De overeenkomst is niet van toepassing op ondernemingen die:
  5. -een eigen CAO dienen toe te passen; ofwel
  6. -een eigen bedrijfstak CAO dienen toe te passen; ofwel
  7. -over een eigen vastgelegd arbeidsvoorwaardenpakket beschikken.
  8. Daarbij worden de volgende voorwaarden gesteld:
  9. -Het niveau van voorvermelde regelingen dient tenminste gelijkwaardig te zijn aan het niveau van de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen en;
  10. -De hoofdactiviteit van de onderneming is een andere dan beroepsgoederenvervoer over de weg, logistieke dienstverlening of de verhuur van mobiele kranen.
  11. 2.b.De hoofdactiviteit van de onderneming is een andere dan beroepsgoederenvervoer over de weg, logistieke dienstverlening of de verhuur van mobiele kranen, wanneer in de regel niet meer dan 20% van de omzet met voornoemde activiteiten wordt gerealiseerd. Maatgevend daarbij is de juridische eenheid waarvoor een vergunning beroepsgoederenvervoer is aangevraagd of toegekend, dan wel waarbinnen de verhuur van mobiele kranen plaatsvindt.
  12. 2.c.Tevens zijn uitgezonderd ondernemingen, die in hoofdzaak gemeten naar de loonsom van het bedrijf bouwwerkzaamheden uitvoeren en tevens mobiele kranen exploiteren.

Hoofdstuk I · Open artikel 2 apart

Art. 3 Definities

In deze overeenkomst (verder te noemen “de CAO”)¹ wordt verstaan onder:

  1. 1.werkgever: iedere natuurlijke- of rechtspersoon, wiens onderneming valt onder de werkingssfeer van deze overeenkomst;
  2. 2.werknemer: ieder, die door een werkgever in dienst is genomen voor een bepaalde of onbepaalde tijd van 5 achtereenvolgende werkdagen of langer en die zijn werkzaamheden voor de werkgever gewoonlijk verricht in of vanuit de in Nederland gevestigde onderneming. Onder werknemer wordt niet begrepen de statutaire bestuurder van een rechtspersoon tenzij deze in hoofdzaak werkzaamheden verricht welke behoren tot de functie van chauffeurs of van machinisten mobiele kranen.
  3. 3.a.oproepkracht: ieder, die door de werkgever incidenteel in dienst is genomen voor korter dan 5 achtereenvolgende dagen.

3 b. deeltijdwerknemer: iedere werknemer met wie is overeengekomen, dat slechts een gedeelte van het normale aantal geldende arbeidsuren, als bedoeld in artikel 26a, lid 1 onder a, arbeid wordt verricht.

  1. 4.werkgeversorganisatie: Transport en Logistiek Nederland of Vereniging Verticaal Transport
  2. 5.werknemersorganisatie : CNV, FNV, of De Unie
  3. 6.logistieke dienstverlening: dat deel van het “supply chain proces”, inclusief de front- en backoffice functies, dat zorgdraagt voor de planning, implementatie, productie en controle van een efficiënte stroom van opslag en bewerking van goederen, diensten en gerelateerde informatie van het punt van oorsprong naar het punt van consumptie ten einde tegemoet te komen aan de behoeften van de klant.
  4. 7.standplaats: het terrein waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid uitoefent of het terrein waar de garage der onderneming is gelegen, dan wel waar deze zijn vervoermiddelen stalt of behoort te stallen;
  5. 8.loonschaal: tabel waarin het loon, behorend bij de desbetreffende functie is vastgelegd;
  6. 9.brutoloon: het loon per vier weken dan wel per maand, verhoogd met de persoonlijke toeslagen als bedoeld in artikel 23;
  7. 10.functieloon: het loon, behorend bij de trede van de loonschaal, die op de betreffende werknemer van toepassing is;
  8. 11.week: de dagen van maandag tot en met zondag;
  9. 12.werkdag: iedere dag van de week met uitzondering van zondagen, algemeen erkende christelijke en nationale feestdagen; __________________

¹) Overal waar in deze cao hij, hem of zijn wordt vermeld, dient ook zij of haar te worden gelezen

  1. 13.vrije dag: een vrije dag die wordt genoten ingevolge artikel 30, artikel 31, artikel 32, artikel 64, artikel 65, artikel 67a en artikel 68 betekent dat men na een rustpauze van 8 uur tenminste 24 uur aaneengesloten vrij is.
  2. 14.roostervrije dagen: die dagen, gedurende welke op grond van het dienstrooster geen werkzaamheden hoeven te worden verricht.
  3. 15.dienstrooster: het op een tijdvak van een of meer weken betrekking hebbende schema, waarop wordt aangegeven in welke diensten en op welke dagen en uren de werknemer zijn functie dient te vervullen dan wel roostervrije tijd wordt genoten.
  4. 16.echtgenoot: hij of zij met wie de werknemer is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan dan wel met wie hij of zij blijkens een bij de werkgever gedeponeerd samenlevingscontract een duurzaam samenlevingsverband vormt.
  5. 17.basisarbeidsvoorwaarden: de artikelen 19, 20, 21, 23, 25, 26a, 27, 29, 33, 34, 36, 37, 40, 41, 42, 64, 65, 67a, 68 en 69 van deze cao.
  6. 18.bedrijfsongeval: Een ongeval dat door of tijdens de uitoefening van betaalde arbeid plaatsvindt, met uitzondering van een ongeval dat plaatsvindt onderweg van of naar het werk of dat is veroorzaakt door schuld of toedoen van de werknemer.
  7. 19.stagiair: Iemand, niet zijnde de BBL-leerling als omschreven in artikel 11 van deze cao, die als onderdeel van een erkende opleiding, op basis van een met de werkgever en het opleidingsinstituut afgesloten stagecontract, ervaring komt opdoen op de werkvloer.
  8. 20.leerling: De BBL-leerling overeenkomstig artikel 11 van deze cao.

Hoofdstuk I · Open artikel 3 apart

Art. 74 Dispensaties
  1. 1.a.Partijen zijn bevoegd voor bepaalde deelmarkten aanvullende overeenkomsten met afwijkende bepalingen af te sluiten. Bedrijven kunnen een verzoek om toelating tot een deelmarktovereenkomst richten tot partijen, p/a de secretaris van het overleg inzake de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen, Postbus 3008, 2700 KS Zoetermeer.
  2. 1.b.Aanvullende overeenkomsten dienen als bijlage bij de CAO te worden opgenomen.
  3. 2.Werkgevers vallende onder de werkingssfeer hebben de mogelijkheid om dispensatie te verzoeken van de toepassing van deze CAO of van 1 of meer artikelen daarvan.
  4. 3.Een verzoek tot dispensatie dient te worden ingediend bij CAO-partijen, p/a de secretaris van het overleg inzake de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen, Postbus 3008, 2700 KS Zoetermeer.
  5. 4.Het verzoek dient schriftelijk te worden ingediend bij CAO-partijen onder vermelding van “Dispensatie”.
  6. 5.Het verzoek dient ten minste te vermelden:
  7. a.Naam en adres van de verzoeker;
  8. b.Ondertekening door de verzoeker;
  9. c.Een nauwkeurige beschrijving van de aard en het bereik van het dispensatieverzoek;
  10. d.De argumenten van verzoeker om voor dispensatie in aanmerking te komen;
  11. e.De dagtekening.
  12. 6.Indien CAO-partijen van mening zijn dat het verzoek onvoldoende omschreven, gemotiveerd of gedocumenteerd is, dan zal binnen 2 weken aan verzoeker worden medegedeeld op welke punten en met welke documenten het verzoek dient te worden aangevuld. Aan verzoeker zal een termijn van 2 weken worden gesteld om de aanvullende gegevens bij CAO-partijen in te dienen.
  13. 7.Het verzoek zal niet in behandeling worden genomen indien de aanvullende gegevens niet (voldoende) worden verstrekt. Verzoeker zal hierover schriftelijk worden geïnformeerd.
  14. 8.CAO-partijen zullen binnen 2 weken na ontvangst van een voldoende omschreven, gemotiveerd en gedocumenteerd verzoek dan wel binnen 2 weken na ontvangst van de gevraagde aanvullende gegevens aan verzoeker berichten dat het verzoek in behandeling zal worden genomen.
  15. 9.Bij de beoordeling of tot dispensatieverlening kan worden overgegaan, zullen CAOpartijen als criteria hanteren:
  16. a)Of er (tijdelijk) sprake is van bijzondere omstandigheden, afwijkend van hetgeen in de bedrijfstak gebruikelijk is, op grond waarvan het in redelijkheid niet van verzoeker kan worden gevergd dat de CAO (-of bepalingen daarvan) onverkort wordt toegepast en;
  17. b)Of er sprake is van een andere, tenminste aan deze CAO (-of bepalingen daarvan) gelijkwaardige regeling die tot stand is gekomen in samenspraak met een werknemersorganisatie die onafhankelijk is van werkgever.
  18. 10.CAO-partijen doen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 8 weken nadat het verzoek in behandeling is genomen, uitspraak. CAO-partijen kunnen deze termijn eenmaal met 8 weken verlengen.
  19. 11.CAO-partijen zullen de uitspraak schriftelijk en gemotiveerd mededelen aan verzoeker.
  20. 12.Er behoeft door werkgever geen dispensatieverzoek te worden ingediend voor het uitbetalen van bedragen die onder de WKR-regeling kunnen worden gebracht.

Hoofdstuk XIX · Open artikel 74 apart

Art. 82 Inwerkingtreding en duur der overeenkomst

Deze overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt tot 1 januari 2027.

Aldus overeengekomen te Culemborg/Zoetermeer/Utrecht.

Partij ter ene zijde:

Vereniging Verticaal Transport: Transport en Logistiek Nederland

Partij ter andere zijde: CNV FNV Transport & Logistiek De Unie

Hoofdstuk XX · Open artikel 82 apart

Art. 81 Opzegging/verlenging CAO
  1. 1.Wanneer geen der partijen uiterlijk drie maanden voor het einde van deze overeenkomst bij aangetekend schrijven haar wederpartij te kennen heeft gegeven, dat zij deze overeenkomst niet wenst te verlengen, wordt de overeenkomst geacht stilzwijgend voor de tijd van een jaar te zijn verlengd. Deze wijze van verlenging geldt voor elke volgende periode van een jaar.
  2. 2.Ingeval één der partijen uiterlijk 3 maanden voor het einde van deze overeenkomst bij aangetekend schrijven aan haar wederpartij te kennen heeft gegeven, dat zij deze overeenkomst niet wenst te verlengen, verplichten partijen zich in overleg te treden, teneinde een nieuwe CAO aan te gaan. Tijdens dit overleg blijft de overeenkomst volledig van kracht tot maximaal 3 maanden na de datum waarop de oorspronkelijke overeenkomst zou zijn geëindigd als deze rechtsgeldig was opgezegd.

Hoofdstuk XX · Open artikel 81 apart

Bijlage VII Logistieke dienstverlening